Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Personage

Adhiratha

De suta in wiens huis Karna opgroeide, de man van Radha. Als hij bevend de arena binnenkomt, legt Karna, net tot koning gewijd, zijn boog neer en buigt zijn hoofd voor hem (hoofdstuk 2).

'Goed,' zei Karna, en ze omarmden elkaar.

De eerste keer, in Het toernooi (hoofdstuk twee, boek 2)

In de verhalen

  1. Het toernooi (treedt zelf op)Hoofdstuk twee · boek 2

Vet: Adhiratha treedt er zelf in op.