Personage
Adhiratha
De suta in wiens huis Karna opgroeide, de man van Radha. Als hij bevend de arena binnenkomt, legt Karna, net tot koning gewijd, zijn boog neer en buigt zijn hoofd voor hem (hoofdstuk 2).
'Goed,' zei Karna, en ze omarmden elkaar.
In de verhalen
- Het toernooi (treedt zelf op)Hoofdstuk twee · boek 2
Vet: Adhiratha treedt er zelf in op.