Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 2 · bijlage

Uit de redes

Boek 2 · De leerjaren

Over deze redes

Twee keer houdt iemand in dit boek een lange rede, waarin hij zijn raad of zijn afweging stap voor stap opbouwt. Kanika, de minister van koning Dhritarashtra, legt de koning uit hoe een vorst met zijn vijanden omgaat. En in Ekachakra zoeken een brahmaan en zijn vrouw naar een uitweg, als een van hen naar de rakshasa Baka moet. In het verhaal van dit boek zijn die redes ingekort. Hier staan de stukken die er daar niet in staan, in de volgorde van de rede. Bij elk stuk staat na welke woorden uit het verhaal het hoort; wat in het verhaal al staat, wordt niet herhaald.

Ze zijn, net als het verhaal, naverteld uit de Engelse vertaling van Kisari Mohan Ganguli (1883–1896). Soms zet Ganguli een eigen verklaring tussen haakjes in de tekst; die zijn hier niet overgenomen.

Kanika over de omgang met vijanden

In hoofdstuk 3, bij "De jakhals", waar Dhritarashtra zijn minister Kanika vraagt of hij vrede moet houden met de Pandava's of oorlog tegen hen moet voeren. Kanika spreekt de koning aan met u.

Na "Van de doden hoeft niemand iets te vrezen." Vernietig bij uw vijanden de drie, de vijf en de zeven.

Wat hij daarmee bedoelt, zegt Kanika niet.

Na "diens huis moet u in brand steken." Laat nooit bedelaars, dieven en mensen die de Veda verwerpen in uw rijk wonen.

Na "dat uw vijand zijn hoofd niet meer kan opheffen." Wees zelfs bang voor wie geen gevaar vormt, en nog meer voor wie dat wel doet. Want wordt de eerste ooit machtig, dan kan hij u met wortel en al vernietigen, omdat u niet op hem bedacht was.

Na "dan zorgt hij dat die groen lijkt." Wie zich zo gedraagt, verwelkt nooit.

De dharma, voorspoed en verlangen hebben elk hun goede en hun kwade gevolgen, en die zijn nauw met elkaar verweven. Neem de goede gevolgen, en mijd de kwade. Wie alleen de dharma beoefent, wordt ongelukkig omdat hij rijkdom mist en zijn verlangens verwaarloost. Wie alleen rijkdom najaagt, wordt ongelukkig omdat hij de andere twee verwaarloost. En wie alleen zijn verlangens volgt, lijdt omdat hij dharma en rijkdom vergeet. Volg de drie daarom zo dat u er niet onder lijdt.

Raadpleeg de brahmanen oprecht, nederig en aandachtig, zonder afgunst, en met uw doel voor ogen.

Na "en beoefen pas daarna de dharma." Wie nooit in gevaar is geweest, komt nooit tot voorspoed; dat ziet men aan wie een ramp overleeft.

Wie verdriet heeft, moet men troosten met de verhalen van mensen van vroeger. Wie door verdriet uit zijn evenwicht is, troost men met de hoop op later geluk. Wie geleerd en wijs is, troost men met een dienst die men hem nu bewijst.

Wie met een vijand een verdrag sluit en daarna rustig gaat liggen alsof er niets meer te doen is, lijkt op iemand die boven in een boom in slaap valt en pas wakker wordt als hij naar beneden valt.

Houd uw plannen voor uzelf, zonder bang te zijn voor wat men over u zegt. Zie alles met de ogen van uw spionnen, maar verberg wat u voelt voor de spionnen van uw vijand.

Na "gekweld met ziekte, honger en dorst." Wie iets nodig heeft, komt niet uit liefde naar wie rijk is; en wie zijn doel bereikt heeft, heeft degene die hem daarbij hielp niet meer nodig. Maak daarom nooit iets helemaal af, maar laat altijd iets over wat anderen van u verlangen.

Aan het begin van zijn rede zei Kanika nog dat een koning afmaakt wat hij begonnen is, zoals men een doorn helemaal uittrekt. Hij laat de twee raadgevingen naast elkaar staan.

Wie voorspoed wil, zoekt met ijver bondgenoten en middelen, en voert zijn oorlogen met zorg, en in dat alles laat hij zich door voorzichtigheid leiden. Een verstandig koning handelt zo dat vrienden en vijanden zijn bedoeling niet kennen voordat hij begint. Laat hen het pas weten als het werk begonnen is of voltooid.

Na "grijp het moedig aan." Wie een vijand vertrouwt die hij met geweld heeft onderworpen, haalt zijn eigen dood in huis, zoals een krab die zwanger wordt.

Reken wat nog moet komen, alsof het al gekomen is. Anders ziet u, als het er is, in de haast iets belangrijks over het hoofd.

Wie voorspoed wil, handelt altijd voorzichtig, en past zijn maatregelen aan tijd en plaats aan. Hij houdt rekening met het lot, dat men met mantra's en offers kan sturen, en met de dharma, voorspoed en verlangen. Het is bekend dat tijd en plaats, als men ze in acht neemt, het meeste goed brengen.

Minacht een vijand niet omdat hij klein is. Hij kan snel groeien, zoals een palmyrapalm zijn wortels uitspreidt, of zoals een vonk in een dicht woud snel een grote brand wordt. En zoals een klein vuur dat men telkens takken voedt, al snel de grootste blokken verteert, zo kan wie zijn macht vergroot met bondgenoten en vrienden, al snel de sterkste vijand onderwerpen.

De brahmaan van Ekachakra en zijn vrouw

In hoofdstuk 4, bij "De grasspriet", waar Kunti de brahmaan bij wie ze wonen, hoort klagen, omdat zijn huis aan de beurt is om de rakshasa Baka een mens te sturen. De brahmaan en zijn vrouw spreken elkaar aan met je.

De brahmaan

Na "Leven is verdriet en ziekte." Een mens is maar één, en toch moet hij drie dingen tegelijk nastreven: de dharma, voorspoed en de bevrediging van zijn verlangens.

Na "wie rijk is, lijdt nog meer." Rijkdom verwerven is zelfs een oord van kwelling. Want wie rijk is, gaat houden van wat hij bezit, en als dat iets overkomt, treft het hem zelf.

Na "dit is het huis van mijn voorouders." Je hield van je verwanten, en daarom luisterde je toen niet naar me.

Na "de dood van een verwant moet zien." Hoe verdrietig is het voor mij om dat te moeten zien.

Na "zo lief voor me als een moeder." De goden hebben je mij gegeven als een echte vriendin, en je bent altijd mijn grootste steun. Mijn ouders hebben je deelgenoot gemaakt van alles wat ons huis aangaat. Je bent van zuivere afkomst en goed van aard, je bent de moeder van mijn kinderen, je bent me toegewijd en je bent zonder schuld.

Na "ik houd evenveel van allebei." Hoe zou ik bereid kunnen zijn deze onschuldige dochter op te geven, op wie de werelden van geluk rusten die mij na dit leven wachten, en mijn geslacht, en mijn blijvende geluk?

Na "en offer ik mezelf, dan gaan zij te gronde." De nood waarin ik ben gevallen, is groot, en ik weet geen uitweg.

Zijn vrouw

Na "en eindeloos geluk daarna." Dit is de hoogste dharma die ik je voorhoud, en zo kun jij zowel dharma als geluk verwerven.

Na "hoe zouden deze kleine kinderen zonder jou kunnen bestaan, en ik zelf?" Hoe zou ik, als weduwe zonder heer, met twee kinderen die van mij afhangen, hen zonder jou in leven kunnen houden en zelf eerlijk blijven leven? En als mannen zonder eer, ijdel en een verbintenis met jouw huis niet waard, om de hand van je dochter vragen, hoe kan ik het meisje dan beschermen?

Na "op het pad blijven dat alle eerlijke mensen wensen." Hoe kan ik deze enige dochter van je huis, dit onschuldige meisje, op de weg zetten die haar voorouders altijd gegaan zijn? En hoe kan ik je zoon, in die tijd van gebrek als ik geen heer meer heb, alles bijbrengen wat hij moet kunnen om zo deugdzaam te worden als jij?

Na "als vissen wanneer het water opdroogt." Het is zeker dat wij drieën zonder jou omkomen.

Na "het leven zelf voor jou op te geven." Voor een vrouw staat het dienen van haar man, altijd doen wat hem aangenaam is, hoger dan offers, ascese, geloften en giften van welke soort ook. Wat ik wil doen, is dus in overeenstemming met de hoogste dharma, en het is goed voor jou en voor je geslacht.

De wijzen hebben gezegd dat men kinderen, verwanten, een vrouw en alles wat dierbaar is, bij zich houdt om zichzelf uit gevaar en nood te kunnen redden. Men bewaart zijn rijkdom om zich uit gevaar te bevrijden, en met zijn rijkdom onderhoudt en beschermt men zijn vrouw; maar zichzelf moet men beschermen met zijn vrouw én met zijn rijkdom. De geleerden zeggen dat men een vrouw, een zoon, rijkdom en een huis verwerft om voorbereid te zijn op wat men ziet aankomen en op wat men niet ziet aankomen. En de wijzen zeggen ook dat al iemands verwanten samen, tegen hemzelf afgewogen, niet tegen hem opwegen. Bescherm daarom jezelf, eerwaarde man, en geef mij op. Laat me mezelf opofferen, en zorg jij voor mijn kinderen.

Na "Daarom vind ik het niet erg om te sterven." Ik heb je kinderen gebaard, en ik ben oud geworden. Ik wil altijd je welzijn. Met dat alles voor ogen heb ik dit besluit genomen.