Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Begrip

brahmarshi

Een ziener van de hoogste, brahmaanse rang. Pandu wordt 'als een brahmarshi', al is hij als kshatriya geboren (hoofdstuk 15).

Brahma, brahmaan, brahman

Deze drie woorden zijn in het Sanskriet verwant. In het verhaal staan ze voor drie verschillende dingen.

Brahma is een god: de Grootvader, die uit het oerei voortkwam en de schepselen voortbracht (hoofdstuk 1). Hij spreekt, geeft gunsten en bekrachtigt vloeken. Een brahmaan is een mens: iemand uit de eerste van de vier standen, de stand van de priesters en de kenners van de Veda. Het meervoud is brahmanen. Het brahman is geen persoon. Het is onzijdig en wordt met een kleine letter geschreven: de allerhoogste werkelijkheid, waarin de wijze ten slotte opgaat (hoofdstuk 1 en 11). Soms staan ze in één zin: 'Alleen een brahmaan die het brahman kent, mag een gift aannemen' (hoofdstuk 11).

Twee verwante woorden: een brahmarshi is een ziener van de hoogste, brahmaanse rang (hoofdstuk 15). Brahmacharya is de gelofte van onthouding die bij de leerjaren in de Veda hoort (hoofdstuk 12).

Na lange tijd had hij zoveel kracht van ascese verworven, en was zijn geest zo op één ding gericht, dat hij werd als een brahmarshi, een ziener van de hoogste, brahmaanse rang, al was hij als kshatriya geboren.

De eerste keer, in De schuld (hoofdstuk vijftien, boek 1)

Waar het voorkomt

  1. De schuldHoofdstuk vijftien · boek 1