Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Begrip

suparna's

Vogels met prachtige veren, uit het geslacht van Garuda (hoofdstuk 7 en 13).

Er kwamen daitya's, de zonen van Diti, en suparna's, de vogels met de prachtige veren, grote naga's en rishi's van de goden, guhyaka's, de dienaren van Kubera, en charana's, de zangers die de lof van de goden zingen, Vishvavasu, Narada en Parvata, en de gandharva's, de hemelse muzikanten, met de apsara's.

De eerste keer, in Het schot (hoofdstuk zeven, boek 2)

Waar het voorkomt

  1. Het schotHoofdstuk zeven · boek 2