Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Begrip

het Zelf

Uit de woordenlijst van boek 1

Met een hoofdletter: het diepste wezen in ieder schepsel, 'het Zelf, dat in alle schepselen woont' (hoofdstuk 1). Wie vrij is van de gevolgen van zijn daden, wordt één met het hoogste Zelf (hoofdstuk 1 en 11). Met een kleine letter, zoals in 'het eigen zelf' (hoofdstuk 14), gaat het gewoon om iemand zelf.

Uit de woordenlijst van boek 2

Met een hoofdletter: het diepste wezen in ieder schepsel. Met Arjuna reizen brahmanen mee die over het Zelf nadenken (hoofdstuk 11). In de brand van het woud heet Krishna 'het Zelf van alle schepselen' (hoofdstuk 13).

Hij is het ware en rechtvaardige, het zuivere en heilige, het eeuwige brahman, het hoogste Zelf, het ware, blijvende licht, wiens goddelijke daden de wijzen vertellen; uit hem is alles wat bestaat voortgekomen, dat is en niet is, met geboorte en groei, met sterven en opnieuw geboren worden.

De eerste keer, in Het woord Jaya (hoofdstuk één, boek 1)

Waar het voorkomt

  1. Het woord JayaHoofdstuk één · boek 1