Boek 1 · Hoofdstuk vier, De karning van de oceaan
De eieren
'Sauti,' zei Shaunaka, 'vertel ons de geschiedenis van Astika nog eens, en nu helemaal. Je vertelt mooi, elk woord met de juiste klemtoon, en we luisteren graag naar je. Je spreekt zoals je vader, die het ons altijd naar de zin wilde maken. Vertel het verhaal zoals hij het vertelde.'
'U die lang zult leven,' zei Sauti, 'ik vertel u de geschiedenis van Astika zoals ik haar van mijn vader heb gehoord.'
En Sauti begon bij de moeder van de slangen en haar zuster.
In het eerste en volmaakte van de vier wereldtijdperken had een prajapati, een van de stamvaders van alle geslachten, twee dochters van een wonderlijke schoonheid. Ze heetten Kadru en Vinata, en ze trouwden allebei met de rishi Kashyapa, zelf een van de grote stamvaders. Kashyapa beleefde veel vreugde aan zijn twee vrouwen, en machtig als Brahma zelf, de heer van de schepselen, bood hij elk van hen een gunst aan.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk vier, De karning van de oceaan
In hetzelfde hoofdstuk
De eieren van Kadru en Vinata; de karning; de weddenschap om het paard.