Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 2 · Hoofdstuk twaalf

Gandiva

Verteld door Vaishampayana, aan koning Janamejaya, tijdens het slangenoffer. Ongeveer 5 minuten lezen.

Agni was nog altijd niet van zijn ziekte genezen. Boos en teleurgesteld ging hij terug naar de Grootvader en vertelde Brahma alles wat er gebeurd was. De god dacht even na.

'Ik zie een manier waarop je het Khandava-woud vandaag kunt verteren, voor de ogen van Indra,' zei hij. 'Nara en Narayana, die goden van oudsher, zijn in de wereld van de mensen geboren om het werk van de goden te volbrengen. Op aarde heten ze Arjuna en Krishna. Ze zijn in het Khandava-woud. Vraag hun je te helpen dat woud te verteren. Dan zul je het verteren, ook al beschermen de goden het. Zij zullen verhinderen dat de bewoners van Khandava ontsnappen, en ook Indra dwarsbomen als hij iemand wil helpen ontsnappen. Daaraan twijfel ik niet.'

Lees het hele verhaal in hoofdstuk twaalf, Gandiva

In hetzelfde hoofdstuk

De gloeiende brahmaan aan de Yamuna; Gandiva, de wagen en de discus.