Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 2 · Hoofdstuk twaalf, Gandiva

De gloeiende brahmaan

Verteld door Vaishampayana, aan koning Janamejaya, tijdens het slangenoffer. Ongeveer 9 minuten lezen.

De Pandava's hadden zich op bevel van Dhritarashtra en Bhishma in Indraprastha gevestigd, en ze brachten andere koningen onder hun gezag. Onder de hoede van Yudhishthira, de rechtvaardige, leefden alle onderdanen van het rijk gelukkig. De koning gaf dharma, voorspoed en verlangen elk hun deel, in wijze verhouding. Het was alsof die drie doelen van het leven op aarde mensen waren geworden, en tussen hen straalde de koning als de vierde. Hij wijdde zich aan de studie van de Veda, bracht de grote offers en beschermde alle goede mensen. Onder hem had het koningsgeluk een vaste grond en had het denken een hoogste doel, en de dharma vond in hem overal steun. Geleerde brahmanen met Dhaumya voorop, ieder zo wijs als Brihaspati, stonden hem bij. De mensen hielden van hem, en de koning deed altijd wat hun goeddeed. Hij zei nooit iets wat ongepast was of onwaar, onverdraaglijk of onaangenaam, en het welzijn van allen was hem even dierbaar als dat van hemzelf. Ook zijn broers brachten met hun kracht andere koningen onder hun gezag, en geen vijand verstoorde hun vrede.

Lees het hele verhaal in hoofdstuk twaalf, Gandiva

In hetzelfde hoofdstuk

De gloeiende brahmaan aan de Yamuna; Gandiva, de wagen en de discus.