Begrip
rakshasa
Uit de woordenlijst van boek 1
Een van de mensenetende nachtwezens die de wijzen in hun hermitages belagen. Zie de notitie Asura, daitya, danava, rakshasa.
Uit de woordenlijst van boek 2
Een van de mensenetende nachtwezens. Zie de notitie Asura, daitya, danava, rakshasa.
Asura, daitya, danava, rakshasa
Asura is de verzamelnaam voor 'de oude rivalen van de goden'. Met de goden strijden ze telkens weer om de heerschappij over de drie werelden (hoofdstuk 10). Ze hebben koningen, zoals Vrishaparvan, een leraar, Shukra, en een eigen stad (hoofdstuk 10). Ze vallen in twee geslachten uiteen. De daitya's zijn de zonen van Diti, de danava's de zonen van Danu: 'daitya's en danava's samen vormden de asura's' (hoofdstuk 8). Diti en Danu zijn dochters van Daksha en vrouwen van de rishi Kashyapa, net als Aditi, de moeder van de goden. Goden en asura's hebben dus dezelfde vader (hoofdstuk 8).
De rakshasa's horen daar niet bij. Het zijn mensenetende nachtwezens die de wijzen in hun hermitages belagen (hoofdstuk 3). Boek 1 noemt twee verschillende afstammingen voor hen: van de rishi Pulastya en van de vrouw van Adharma (hoofdstuk 8).
Asura, daitya, danava, rakshasa
Asura is de verzamelnaam voor de oude rivalen van de goden. Ze vallen in twee geslachten uiteen: de daitya's, de zonen van Diti, en de danava's, de zonen van Danu (hoofdstuk 7 en 12). Sunda en Upasunda zijn daitya's (hoofdstuk 10). Maya, de bouwmeester van de asura's, is een danava (hoofdstuk 13).
De rakshasa's horen daar niet bij. Het zijn mensenetende nachtwezens die de wijzen in hun hermitages belagen (hoofdstuk 4). Ze kunnen elke gedaante aannemen die ze willen, en in de twee schemeringen, 's morgens en 's avonds, zijn ze het sterkst (hoofdstuk 4). Een rakshasa-vrouw baart haar kind op de dag waarop ze zwanger wordt (hoofdstuk 4). Van de rishi Pulastya stammen de rakshasa's af (hoofdstuk 6). Hidimba en Baka zijn rakshasa's, en Hidimbi is een rakshasa-vrouw (hoofdstuk 4).
Narada droeg ze voor aan de goden, Devala aan de voorouders, Shuka aan de gandharva's, de yaksha's en de rakshasa's, en in deze wereld droeg Vaishampayana ze voor, de leerling van Vyasa, een rechtvaardig man en de eerste van allen die de Veda's kennen.
Waar het voorkomt
- Het woord JayaHoofdstuk één · boek 1
- De getuigeHoofdstuk drie · boek 1
- De weddenschapHoofdstuk vier · boek 1
- De olifant en de schildpadHoofdstuk vijf · boek 1
- Vaishampayana begintHoofdstuk acht · boek 1
- De last van de aardeHoofdstuk acht · boek 1
- De geslachtenHoofdstuk acht · boek 1
- De delen van de godenHoofdstuk acht · boek 1
- De jachtHoofdstuk negen · boek 1
- ShakuntalaHoofdstuk negen · boek 1
- Het gandharvahuwelijkHoofdstuk negen · boek 1
- De lijn van ManuHoofdstuk tien · boek 1
- Indra's vraagHoofdstuk elf · boek 1
- Vijf gouden wagensHoofdstuk elf · boek 1
- Het kind in het waterHoofdstuk veertien · boek 1
- HidimbiHoofdstuk vier · boek 2
- De grassprietHoofdstuk vier · boek 2
- De dochter uit het vuurHoofdstuk vijf · boek 2
- De verbrande wagenHoofdstuk vijf · boek 2
- TapatiHoofdstuk vijf · boek 2
- De smalle wegHoofdstuk zes · boek 2
- VaderHoofdstuk zes · boek 2
- Het vierde vuurHoofdstuk zes · boek 2
- De koningenHoofdstuk zeven · boek 2
- TilottamaHoofdstuk tien · boek 2
- GandivaHoofdstuk twaalf · boek 2
- De brandHoofdstuk dertien · boek 2