Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Begrip

nishada's

Uit de woordenlijst van boek 1

Een volk. In hoofdstuk 5 is het 'een volk van vissers', ver weg in de oceaan.

Uit de woordenlijst van boek 2

'Een volk dat in de wouden leeft'. Ekalavya is de zoon van de koning van de nishada's (hoofdstuk 2), en in het huis van lak verbrandt een nishada-vrouw met haar vijf zonen (hoofdstuk 3).

De standen, en wie erbuiten valt

Het epos kent vier standen, varna's: de brahmanen, de priesters en geleerden; de kshatriya's, de krijgers en koningen; de vaishya's, de boeren en handelaars; en de shudra's, die de anderen dienen (hoofdstuk 2 en 4). Wat de voorschriften voor het huwelijk van elk van de vier standen vereisen, legt Drupada klaar om uit te vinden wie de broers zijn (hoofdstuk 8). Daarbuiten staan de suta's, de nishada's en de mleccha's. Zie die woorden.

'Ver weg, midden in de oceaan, ligt het mooie land van de nishada's, een volk van vissers,' zei Vinata.

De eerste keer, in De olifant en de schildpad (hoofdstuk vijf, boek 1)

Waar het voorkomt

  1. De olifant en de schildpadHoofdstuk vijf · boek 1
  2. De kop van de vogelHoofdstuk twee · boek 2