Boek 2 · Hoofdstuk twee, Het toernooi
De kop van de vogel
Drona nam zijn intrek bij de Kuru's en bleef er wonen, door iedereen vereerd. Toen hij wat was uitgerust, bracht Bhishma de prinsen bij hem als leerlingen, de zonen van Pandu en de zonen van Dhritarashtra, en hij gaf hem vele kostbare geschenken, en ook een net en schoon huis, vol rijst en allerlei rijkdom. Graag nam Drona de prinsen aan.
Op een dag nam hij hen apart. Hij liet hen zijn voeten aanraken, en met een hart dat overliep zei hij: 'Ik draag een bepaald doel in mijn hart. Beloof me dat jullie het zullen volbrengen wanneer jullie bedreven zijn in de wapens.'
De Kuru-prinsen zwegen. Maar Arjuna beloofde het te volbrengen, wat het ook was. Drona drukte hem tegen zijn borst en rook keer op keer aan zijn kruin, en de tranen liepen hem over de wangen. Daarna leerde hij de zonen van Pandu vele wapens, hemelse en menselijke.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk twee, Het toernooi
In hetzelfde hoofdstuk
De kop van de vogel en Ekalavya; het toernooi en Karna; de gurudakshina tegen Drupada.