Boek 1 · Hoofdstuk acht, Vaishampayana begint
De geslachten
Indra overlegde met Narayana hoe die met alle goden, elk met een deel van zijn wezen, naar de aarde zou afdalen. Hij gaf alle goden zijn bevel en keerde terug uit het verblijf van Narayana. En een voor een lieten de goden zich op aarde geboren worden, om de asura's te vernietigen en voor het welzijn van de drie werelden. Ze kwamen ter wereld in de geslachten van brahmaanse en koninklijke wijzen, zoals ze zelf wilden, en ze doodden danava's, rakshasa's, gandharva's, slangen en andere mensenetende wezens. Al als kinderen waren ze zo sterk dat niemand hen kon doden.
'Ik wil vanaf het begin horen hoe alle schepselen zijn ontstaan,' zei Janamejaya, 'de goden, de danava's, de gandharva's, de apsara's, de mensen, de yaksha's en de rakshasa's. Vertel het me.'
Lees het hele verhaal in hoofdstuk acht, Vaishampayana begint
In hetzelfde hoofdstuk
Vyasa komt, Vaishampayana vertelt; Satyavati; de last van de aarde; de geslachten en de delen van de goden.