Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 1 · Hoofdstuk acht, Vaishampayana begint

Het meisje dat naar vis rook

Verteld door Vaishampayana, aan koning Janamejaya, tijdens het slangenoffer. Ongeveer 7 minuten lezen.

Er was een koning die Vasu heette, uit het geslacht van Puru. Hij was rechtvaardig en hield van jagen, en op aanwijzing van Indra veroverde hij het mooie rijk van Chedi. Later legde hij zijn wapens neer, trok zich terug in de eenzaamheid en begon aan een zware ascese. De goden, met Indra voorop, dachten dat hij zo de plaats van Indra wilde innemen, en ze gingen naar hem toe. Met vriendelijke woorden brachten ze hem ervan af.

'Zorg dat de dharma op aarde niet afneemt,' zeiden de goden. 'Als jij haar beschermt, zal zij alles wat bestaat beschermen.'

'Bescherm de dharma op aarde, koning,' zei Indra. 'Ik woon in de hemel van de goden en jij op aarde, en toch ben je mijn vriend. Woon in het land van Chedi, dat rijk is aan vee, graan en edelstenen, waar de mensen eerlijk en tevreden zijn en zelfs voor de grap niet liegen, en waar de zonen het bezit van hun vader niet opdelen. Ik geef je een wagen van kristal, zoals alleen de goden die hebben, en daarmee zul je als enige sterveling door de lucht rijden. En ik geef je een krans van lotussen die nooit verwelken; wie hem draagt, kan in de strijd door geen wapen gewond worden.'

Lees het hele verhaal in hoofdstuk acht, Vaishampayana begint

In hetzelfde hoofdstuk

Vyasa komt, Vaishampayana vertelt; Satyavati; de last van de aarde; de geslachten en de delen van de goden.