Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 1 · Hoofdstuk acht, Vaishampayana begint

De last van de aarde

Verteld door Vaishampayana, aan koning Janamejaya, tijdens het slangenoffer. Ongeveer 4 minuten lezen.

'Brahmaan,' zei Janamejaya, 'ik wil alles horen over de koningen die u hebt genoemd en die u niet hebt genoemd, en over de duizenden anderen. En vertel me vooral waarom die grote wagenstrijders op aarde geboren werden, mannen die de goden evenaarden.'

'Wat u vraagt, koning, is zelfs voor de goden een geheim, zo hebben we gehoord,' zei Vaishampayana. 'Toch zal ik het u vertellen, nadat ik heb gebogen voor hem die uit zichzelf bestaat.'

Parashurama, Rama met de bijl, de zoon van Jamadagni, had de aarde eenentwintig keer van haar kshatriya's beroofd, en daarna trok hij naar de berg Mahendra om daar ascese te beoefenen. In die tijd, toen er op aarde geen kshatriya's meer waren, gingen de kshatriya-vrouwen die kinderen wilden naar de brahmanen. En brahmanen met strenge geloften kwamen bij hen, alleen in hun vruchtbare tijd, nooit uit begeerte en nooit op een ander moment. Duizenden van die vrouwen werden zwanger, en er werden jongens en meisjes geboren, sterker dan voorheen: het geslacht van de kshatriya's bloeide weer op. Zo kregen de vier standen, met de brahmanen voorop, opnieuw hun plaats.

Lees het hele verhaal in hoofdstuk acht, Vaishampayana begint

In hetzelfde hoofdstuk

Vyasa komt, Vaishampayana vertelt; Satyavati; de last van de aarde; de geslachten en de delen van de goden.