Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 1 · Hoofdstuk drie

Het halve leven

Verteld door Sauti, aan Shaunaka en de wijzen in het Naimisha-woud. Ongeveer 6 minuten lezen.

'Ik heb u verteld hoe Chyavana werd geboren, Shaunaka,' zei Sauti. 'Hoor nu hoe Ruru, zijn kleinzoon, aan zijn vrouw Pramadvara kwam, van wie u afstamt, en wat het hem kostte.'

In die dagen leefde er aan een rivier een groot ziener, Sthulakesha, een man van strenge ascese die alle levende wezens goedgezind was. Daar, dicht bij zijn hermitage, beviel een andere apsara, Menaka, van een dochter. De vader was Vishvavasu, koning van de gandharva's. Menaka liet het pasgeboren kind achter op de oever en ging, zonder medelijden en zonder schaamte.

Sthulakesha vond het meisje op de verlaten oever. Hij zag dat het kind glansde alsof het van een onsterfelijke was, en hij kreeg het lief en nam het mee. Hij voltrok voor haar alle rituelen die de voorschriften eisen, van de geboorteplechtigheid af, en gaf haar een naam toen bleek dat ze alle vrouwen in schoonheid en goedheid vooruit was: Pramadvara, de voortreffelijkste.

Lees het hele verhaal in hoofdstuk drie, Het halve leven

In hetzelfde hoofdstuk

Shaunaka neemt plaats; Puloma en Agni die getuigt; Ruru en Pramadvara; Astika in het kort.