Boek 2 · Hoofdstuk één, De ring in de put
Kripa en Kripi
'Brahmaan,' zei Janamejaya, 'vertel me alles over de geboorte van Kripa. Hoe kon hij uit een pol riet voortkomen? En waar kreeg hij zijn wapens vandaan?'
Er was een rishi uit het geslacht van Gautama die Sharadvat heette, en hij werd geboren met pijlen in zijn hand. Hij had een bijzondere aanleg voor de wapenkunst, en voor geen enkele andere kennis. Al zijn wapens verwierf hij door ascese, zoals brahmanen in hun leerjaren door ascese de Veda verwerven. Met zijn wapenkunst en zijn ascese joeg hij zelfs Indra angst aan. Indra riep een apsara bij zich die Janapadi heette, een danseres uit de hemel van de goden, en stuurde haar naar hem toe. 'Doe je uiterste best om zijn ascese te verstoren,' zei hij.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk één, De ring in de put
In hetzelfde hoofdstuk
Bhima bij de naga's; Kripa en Kripi; Drona, de ring in de put en de breuk met Drupada.