Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 2 · Hoofdstuk één, De ring in de put

Het rijk van de naga's

Verteld door Vaishampayana, aan koning Janamejaya, tijdens het slangenoffer. Ongeveer 8 minuten lezen.

De zonen van koning Pandu doorliepen alle reinigende riten die de Veda voorschrijft, en ze groeiden op als prinsen in het huis van hun vader. Als ze met de zonen van Dhritarashtra speelden, bleek telkens dat ze sterker waren. In snelheid, in het raken van een doel, in eten en in het opgooien van stof was Bhima de zonen van Dhritarashtra allemaal de baas. Hij trok hen aan hun haren en liet hen met elkaar vechten, en hij lachte er de hele tijd bij. Honderdeen kinderen vol kracht waren het, en hij versloeg hen alsof het er één was. Hij greep hen bij het haar, gooide hen neer en sleepte hen over de grond, zodat de een zijn knieën brak, de ander zijn hoofd, een derde zijn schouders. Soms hield hij er tien tegelijk onder water tot ze bijna dood waren. Klommen de zonen van Dhritarashtra in een boom om vruchten te plukken, dan schopte Bhima tegen de stam tot de boom schudde en de vruchten en de plukkers tegelijk naar beneden kwamen. In vuistgevechten, in snelheid en in behendigheid konden ze niet tegen hem op. Hij pestte hen om zijn kracht te laten zien, zoals een kind dat doet, niet uit kwaadaardigheid.

Lees het hele verhaal in hoofdstuk één, De ring in de put

In hetzelfde hoofdstuk

Bhima bij de naga's; Kripa en Kripi; Drona, de ring in de put en de breuk met Drupada.