Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 1 · bijlage

Stambomen

Boek 1 · Het huis van de Kuru's

Twee opsommingen

In hoofdstuk 11 vraagt koning Janamejaya naar zijn voorouders, en Vaishampayana somt de koningen uit het geslacht van Puru op. Hij doet het kort. Janamejaya wil meer horen, en dan somt Vaishampayana ze nog een keer op, zoals Vyasa ze had geteld. Zo staan er in het epos twee opsommingen van hetzelfde geslacht vlak na elkaar: een eerste, korte, en een tweede, die van Vyasa. Ze komen niet overeen. Tussen Puru en Dushyanta, tussen Bharata en Samvarana en tussen Kuru en Pratipa noemen ze andere koningen en andere vrouwen, en soms staan de namen in een andere volgorde. Het epos geeft ze allebei en zegt nergens welke de juiste is.

In het verhaal zelf staan alleen de koningen die de lijn dragen en de koningen van wie iets verteld wordt. Hier volgen beide opsommingen volledig. We hebben ze niet met elkaar verzoend.

Daarna volgen de hoofdpersonen van dit boek in vier stambomen, en de namen die op elkaar lijken.

Het geslacht van Puru volgens de eerste opsomming

Het geslacht van Puru
  1. Daksha
  2. Aditi
  3. Vivasvat
  4. Manu
  5. Ila
  6. Pururavas
  7. Ayus
  8. Nahusha
  9. Yayati
  10. 1Puru∞ Paushti
  11. 2Pravira∞ Shuraseni
  12. 3Manasyu∞ Sauviri
  13. De opsomming springt terug: Raudrashva is een zoon van Puru.

    4Raudrashva∞ de apsara Mishrakeshi
  14. 5Richeyu
  15. 6Matinara
  16. 7Tamsu
  17. 8Ilina∞ Rathantara
  18. 9Dushyanta∞ Shakuntala
  19. 10Bharata∞ drie vrouwen, niet bij naam genoemd
  20. 11Bhumanyu∞ Pushkarini
  21. 12Suhotra∞ Aikshaki
  22. 13Ajamidha∞ Dhumini, Nili en Keshini
  23. 14Riksha
  24. 15Samvarana∞ Tapati, de dochter van Surya
  25. 16Kuru∞ Vahini
  26. 17Avikshit
  27. 18Parikshit
  28. Van wie deze Janamejaya afstamt, zegt het epos niet.

    19Janamejaya
  29. 20Dhritarashtra
  30. Pratipa is een kleinzoon van Dhritarashtra; van welke zoon, zegt het epos niet.

    21Pratipa
  31. Shantanu

Volgens de eerste opsomming. Het cijfer is de plaats in de opsomming hierna; wie aan Puru voorafgaat, staat zonder cijfer.

Per generatie: de koning, zijn vrouw en zijn zonen. De zoon die de lijn voortzet, staat vet.

Voor Puru

De eerste opsomming begint bij Puru. Wat eraan voorafgaat, vertelde Vaishampayana eerder in dit boek:

  • Daksha, een van de stamvaders van de schepselen
  • gaf dertien van zijn vijftig dochters aan de rishi Kashyapa. De oudste van hen, Aditi, baarde de Aditya's, de goden met Indra aan het hoofd, en onder hen Vivasvat, de zon.
  • Vivasvat
  • zonen: Yama en Manu, een andere Manu dan de zoon van Brahma
  • Manu
  • tien kinderen: Vena, Dhrishnu, Narishyan, Nabhaga, Ikshvaku, Karusha, Sharyati, een dochter Ila, Prishadhru en Nabhagarishta
  • daarnaast vijftig zonen, die elkaar in hun ruzies allemaal te gronde richtten
  • Ila
  • zoon: Pururavas. Ila was zijn moeder en zijn vader tegelijk.
  • Pururavas, vrouw: de apsara Urvashi
  • zonen: Ayus, Dhimat, Amavasu, Dhridhayus, Vanayus en Shatayus
  • Ayus, vrouw: de dochter van Svarbhanu
  • zonen: Nahusha, Vriddhasharman, Rajingaya en Anenas
  • Nahusha (het epos zegt niet wie zijn vrouw was)
  • zes zonen, van wie er vijf genoemd worden: Yati, Yayati, Samyati, Ayati en Dhruva
  • Yayati, vrouwen: Devayani, de dochter van Shukra, en Sharmishtha, de dochter van Vrishaparvan
  • zonen van Devayani: Yadu en Turvasu
  • zonen van Sharmishtha: Druhyu, Anu en Puru

Van Puru tot Pratipa

1. Puru, vrouw: Paushti

  • zonen: Pravira, Ishvara en Raudrashva

2. Pravira, vrouw: Shuraseni

  • zoon: Manasyu

3. Manasyu, die over de hele aarde tot aan de vier zeeën heerste; vrouw: Sauviri

  • zonen: Sakta, Sahana en Vagmi

Hier springt de opsomming naar de derde zoon van Puru. Het epos zegt niet hoe de lijn van Pravira op die van Raudrashva overgaat.

4. Raudrashva, bij de apsara Mishrakeshi

  • tien zonen: Richeyu, Kaksreyu, Vrikeyu, Sthandileyu, Vaneyu, Jaleyu, Tejeyu, Satyeyu, Dharmeyu en Sannateyu

5. Richeyu, die als enige over de hele aarde heerste en Anadhrishti werd genoemd (het epos zegt niet wie zijn vrouw was)

  • zoon: Matinara

6. Matinara, die de rajasuya en het paardenoffer bracht

  • zonen: Tamsu, Mahan, Atiratha en Druhyu

7. Tamsu

  • zoon: Ilina, de grootste veroveraar van zijn tijd

8. Ilina, vrouw: Rathantara

  • vijf zonen: Dushyanta, Shura, Bhima, Pravasu en Vasu

9. Dushyanta, vrouw: Shakuntala

  • zoon: Bharata, die zijn naam aan het geslacht gaf

10. Bharata, drie vrouwen (het epos noemt hun namen niet)

  • negen zonen, die niet op hun vader leken; hun moeders doodden hen
  • na een groot offer, dankzij de rishi Bharadvaja: Bhumanyu (het epos zegt niet wie zijn moeder was)

11. Bhumanyu, vrouw: Pushkarini

  • zes zonen: Suhotra, Suhotri, Suhavih, Sujeya, Diviratha en Kichika

12. Suhotra, onder wie overal op aarde offerpalen verrezen; vrouw: Aikshaki

  • zonen: Ajamidha, Sumidha en Purumidha

13. Ajamidha, zes zonen bij drie vrouwen

  • bij Dhumini: Riksha
  • bij Nili: Dushyanta en Parameshthin; van hen stammen alle Panchala's af
  • bij Keshini: Jahnu, Jala en Rupina; van Jahnu stammen de Kushika's af

14. Riksha

  • zoon: Samvarana

15. Samvarana, die duizend jaar verbannen leefde aan de Sindhu en met Vasishtha zijn rijk terugwon; vrouw: Tapati, de dochter van Surya, de zonnegod

  • zoon: Kuru, naar wie Kurukshetra heet

16. Kuru, vrouw: Vahini

  • vijf zonen: Avikshit, Bhavishyanta, Chaitraratha, Muni en Janamejaya

17. Avikshit

  • acht zonen: Parikshit, Savalashva, Adhiraja, Viraja, Shalmali, Uchchaihshravas, Bhangakara en Jitari
  • in hun geslacht werden zeven grote wagenstrijders geboren, met Janamejaya aan het hoofd (het epos noemt de andere zes niet)

18. Parikshit

  • zonen: Kakshasena, Ugrasena, Chitrasena, Indrasena, Sushena en Bhimasena

19. Janamejaya (het epos zegt niet of dit de zoon van Kuru is of een latere Janamejaya, en ook niet van wie hij afstamt)

  • acht zonen: Dhritarashtra, Pandu, Bahlika, Nishadha, Jamvunada, Kundodara, Padati en Vasati

20. Dhritarashtra, die koning werd

  • acht zonen, van wie er zeven genoemd worden: Kundika, Hasti, Vitarka, Kratha, Havihshravas, Indrabha en Bhumanyu
  • vele kleinzonen, van wie er drie beroemd werden: Pratipa, Dharmanetra en Sunetra (het epos zegt niet wie van de zonen hun vader was)

21. Pratipa (het epos zegt niet wie zijn vrouw was)

  • drie zonen: Devapi, Shantanu en Bahlika. Devapi werd asceet; het koninkrijk ging naar Shantanu en Bahlika.

Hier houdt de eerste opsomming op. Het vervolg, van Shantanu tot koning Janamejaya, staat alleen in de tweede.

Het geslacht van Puru volgens de tweede opsomming

De koningen "zoals Vyasa ze had geteld". De zoon die de lijn voortzet, staat vet.

Van Daksha tot Puru

Daksha verwekte Aditi, Aditi Vivasvat, Vivasvat Manu, Manu Ila, Ila Pururavas, Pururavas Ayus, Ayus Nahusha en Nahusha Yayati.

  • Yayati, vrouwen: Devayani, de dochter van Shukra, en Sharmishtha, de dochter van Vrishaparvan
  • zonen van Devayani: Yadu en Turvasu. Van Yadu stammen de Yadava's af.
  • zonen van Sharmishtha: Druhyu, Anu en Puru. Van Puru stammen de Paurava's af.

Van Puru tot Shantanu

1. Puru, vrouw: Kausalya

  • zoon: Janamejaya, die drie paardenoffers bracht en daarna het woud in ging

2. Janamejaya, vrouw: Ananta, de dochter van Madhava

  • zoon: Prachinvat, zo genoemd omdat hij alle oostelijke landen veroverde

3. Prachinvat, vrouw: Ashmaki, een vrouw uit de Yadava's

  • zoon: Samyati

4. Samyati, vrouw: Varangi, de dochter van Drishadvata

  • zoon: Ahayanti

5. Ahayanti, vrouw: Bhanumati, de dochter van Kritavirya

  • zoon: Sarvabhauma

6. Sarvabhauma, vrouw: Sunanda, de dochter van de koning van Kekaya, die hij met geweld nam

  • zoon: Jayatsena

7. Jayatsena, vrouw: Sushrava, de dochter van de koning van Vidarbha

  • zoon: Avachina

8. Avachina, vrouw: Maryada, ook een prinses van Vidarbha

  • zoon: Arihan

9. Arihan, vrouw: Angi

  • zoon: Mahabhauma

10. Mahabhauma, vrouw: Suyajna, de dochter van Prasenajit

  • zoon: Ayutanayi, zo genoemd omdat hij een offer bracht waarvoor het vet van tienduizend mannelijke wezens nodig was

11. Ayutanayi, vrouw: Kama, de dochter van Prithushravas

  • zoon: Akrodhana

12. Akrodhana, vrouw: Karambha, de dochter van de koning van Kalinga

  • zoon: Devatithi

13. Devatithi, vrouw: Maryada, een prinses van Videha

  • zoon: Arihan

14. Arihan, vrouw: Sudeva, een prinses van Anga

  • zoon: Riksha

15. Riksha, vrouw: Jvala, de dochter van Takshaka, de koning van de slangen

  • zoon: Matinara

16. Matinara, die aan de Sarasvati het offer van twaalf jaar bracht; vrouw: de rivier Sarasvati zelf, die hem na het offer tot man koos

  • zoon: Tamsu

17. Tamsu, vrouw: Kalingi, een prinses

  • zoon: Ilina

18. Ilina, vrouw: Rathantari

  • vijf zonen, van wie Dushyanta de oudste was (de andere vier worden hier niet genoemd)

19. Dushyanta, vrouw: Shakuntala, de dochter van Vishvamitra

  • zoon: Bharata, zo genoemd omdat de koning voor hem zorgde nadat de bode van de goden had gesproken

20. Bharata, vrouw: Sunanda, de dochter van Sarvasena, de koning van Kashi

  • zoon: Bhumanyu

21. Bhumanyu, vrouw: Vijaya, de dochter van Dasharha

  • zoon: Suhotra

22. Suhotra, vrouw: Suvarna, de dochter van Ikshvaku

  • zoon: Hasti, die de stad stichtte die naar hem Hastinapura heet

23. Hasti, vrouw: Yashodhara, een prinses van Trigarta

  • zoon: Vikunthana

24. Vikunthana, vrouw: Sudeva, een prinses van Dasharha

  • zoon: Ajamidha

25. Ajamidha, vier vrouwen: Raikeyi, Gandhari, Vishala en Riksha

  • tweeduizendvierhonderd zonen, van wie Samvarana de lijn voortzette (het epos zegt niet wie van de vier zijn moeder was)

26. Samvarana, vrouw: Tapati, de dochter van Vivasvat, de zon

  • zoon: Kuru

27. Kuru, vrouw: Subhangi, een prinses van Dasharha

  • zoon: Viduratha

28. Viduratha, vrouw: Supriya, uit het geslacht van de Madhava's

  • zoon: Anashvan

29. Anashvan, vrouw: Amrita, ook uit de Madhava's

  • zoon: Parikshit

30. Parikshit, vrouw: Suvasa, de dochter van de Vahuda's

  • zoon: Bhimasena

31. Bhimasena, vrouw: Kumari, een prinses van Kekaya

  • zoon: Pratishravas

32. Pratishravas (het epos zegt niet wie zijn vrouw was)

  • zoon: Pratipa

33. Pratipa, vrouw: Sunanda, de dochter van Shibi

  • drie zonen: Devapi, Shantanu en Bahlika. Devapi ging al als jongen het woud in als asceet; Shantanu werd koning.

Van Shantanu tot koning Janamejaya

34. Shantanu

  • bij Ganga: Devavrata, die later Bhishma heette
  • bij Satyavati, die hier ook Gandhakali heet: Chitrangada en Vichitravirya. Chitrangada werd gedood door de gandharva's voor hij volwassen was.
  • Satyavati had als meisje al een zoon van de rishi Parashara: Dvaipayana, dat is Vyasa.

35. Vichitravirya, vrouwen: Ambika en Ambalika, de dochters van de koning van Kashi. Hij stierf kinderloos.

  • Op verzoek van Satyavati verwekte Vyasa voor hem drie zonen: Dhritarashtra, Pandu en Vidura (de tweede opsomming noemt hun moeders niet).

36. Dhritarashtra, vrouw: Gandhari

  • honderd zonen, van wie er vier beroemd werden: Duryodhana, Duhshasana, Vikarna en Chitrasena

37. Pandu, vrouwen: Kunti, die ook Pritha heet, en Madri

  • zonen van Kunti: Yudhishthira van Dharma, Bhima van Vayu en Arjuna van Indra
  • zonen van Madri: Nakula en Sahadeva, van de twee Ashvins

38. De vijf Pandava's, samen getrouwd met Draupadi

  • zonen van Draupadi: Prativindhya (van Yudhishthira), Sutasoma (van Bhima), Shrutakirti (van Arjuna), Shatanika (van Nakula) en Shrutakarman (van Sahadeva)
  • Yudhishthira, vrouw: Devika, de dochter van Govasana uit de Shaivya's, gewonnen op een bruidskeuze; zoon: Yaudheya
  • Bhima, vrouw: Valandhara, de dochter van de koning van Kashi; zoon: Sarvaga. Eerder, bij Hidimbi: Ghatotkacha
  • Arjuna, vrouw: Subhadra, de zuster van Krishna; zoon: Abhimanyu
  • Nakula, vrouw: Karenumati, een prinses van Chedi; zoon: Niramitra
  • Sahadeva, vrouw: Vijaya, de dochter van Dyutimat, de koning van Madra, gewonnen op een bruidskeuze; zoon: Suhotra
  • Dat zijn de elf zonen van de Pandava's.

39. Abhimanyu, vrouw: Uttara, de dochter van Virata

  • zoon: Parikshit, dood geboren en door Krishna tot leven gewekt

40. Parikshit, vrouw: Madravati

  • zoon: Janamejaya, de koning aan wie Vaishampayana dit verhaal vertelt

41. Janamejaya, vrouw: Vapushtama

  • zonen: Shatanika en Shankukarna

42. Shatanika, vrouw: een prinses van Videha

  • zoon: Ashvamedhadatta

Waar de opsommingen verschillen

PuntEerste opsommingTweede opsomming
Puru's vrouw en opvolgerPaushti; PraviraKausalya; Janamejaya
Van Puru tot Matinaravia Pravira en Manasyu, daarna via Raudrashva en Richeyuveertien koningen, van Janamejaya tot Riksha
Ouders van Matinarazoon van Richeyu (Anadhrishti)zoon van Riksha en Jvala
Moeder van Tamsuniet genoemdde rivier Sarasvati
Afkomst van Bhumanyuna een offer, dankzij Bharadvaja; zijn negen broers gedoodzoon van Bharata en Sunanda van Kashi
Van Suhotra tot AjamidhaAjamidha is de zoon van SuhotraSuhotra, Hasti, Vikunthana, Ajamidha
Hasti en Hastinapurageen stichter Hasti; wel een Hasti bij de zonen van een latere DhritarashtraHasti sticht Hastinapura
Van Ajamidha tot Samvaranavia Riksha, de zoon van DhuminiSamvarana is een van de 2400 zonen van Ajamidha
Kuru's vrouwVahiniSubhangi
Van Kuru tot Pratipavia Avikshit, Parikshit, Janamejaya en Dhritarashtra; Pratipa een kleinzoonViduratha, Anashvan, Parikshit, Bhimasena, Pratishravas
Pratipa's vrouwniet genoemdSunanda, de dochter van Shibi
Waar de opsomming ophoudtbij de zonen van Pratipabij de achterkleinzoon van koning Janamejaya

Verderop in het verhaal verschilt het epos ook met zichzelf over Pratipa (hier drie zonen; in het verhaal van Ganga, in hoofdstuk 12, blijft hij kinderloos tot zijn ouderdom en krijgt dan Shantanu), over de naam van Shantanu en over de namen van twee zonen van Draupadi.

De hoofdpersonen van dit boek

Het huis van Kuru

Zo ver als boek 1 het vertelt.

  • eigen kind
  • geldt als kind van (de juridische vader)
  • verwekt door een god
  • pleegkind
  • ∞getrouwd; een lijn zonder ∞: van een huwelijk vertelt het epos (nog) niets
  • cursiefwie het kind verwekte

Vidura is de zoon van een dienares die niet vrij was. Ambika stuurde haar in haar plaats naar Vyasa. De tweede opsomming rekent hem bij de drie zonen die Vyasa "voor zijn broer" verwekte; het verhaal zelf zegt niet of hij ook als zoon van Vichitravirya gold.

Satyavati en Vyasa

Zo ver als boek 1 het vertelt.

  • eigen kind
  • geldt als kind van (de juridische vader)
  • verwekt door een god
  • pleegkind
  • ∞getrouwd; een lijn zonder ∞: van een huwelijk vertelt het epos (nog) niets
  • cursiefwie het kind verwekte

Vyasa is zo de halfbroer van Chitrangada en Vichitravirya, en Bhishma is hun halfbroer langs de kant van Shantanu.

Dhritarashtra en Gandhari

Zo ver als boek 1 het vertelt.

  • eigen kind
  • geldt als kind van (de juridische vader)
  • verwekt door een god
  • pleegkind
  • ∞getrouwd; een lijn zonder ∞: van een huwelijk vertelt het epos (nog) niets
  • cursiefwie het kind verwekte

De honderd zonen en Duhshala werden geboren uit de klomp vlees die Gandhari baarde en die Vyasa in honderdeen delen verdeelde. In de lijst van hun namen noemt het epos Yuyutsu als tweede, al was hij de zoon van een andere moeder; waarom, zegt het epos niet.

Kunti, Madri en de zonen van Pandu

Zo ver als boek 1 het vertelt.

  • eigen kind
  • geldt als kind van (de juridische vader)
  • verwekt door een god
  • pleegkind
  • ∞getrouwd; een lijn zonder ∞: van een huwelijk vertelt het epos (nog) niets
  • cursiefwie het kind verwekte

Pandu kon zelf geen kinderen verwekken zonder te sterven: een rishi die hij in de gedaante van een hert had gedood, had hem vervloekt dat hij zou sterven zodra hij met een van zijn vrouwen sliep. Kunti riep met de mantra van Durvasa drie goden bij zich, en Madri met dezelfde mantra de Ashvins, de tweelinggoden. Kuntibhoja was de zoon van de zuster van Shura's vader. Krishna is zo een neef van de Pandava's, en Karna is hun halfbroer; dat laatste wist bijna niemand.

Namen die op elkaar lijken

  • Chitrangada, drie keer. De zoon van Shantanu en Satyavati, de oudere broer van Vichitravirya. De koning van de gandharva's die hem doodt en die ook Chitrangada heet. En in boek 2 Chitrangada van Manipura, een prinses die met Arjuna trouwt en met de prins niets gemeen heeft dan de naam.
  • Twee Manu's. Manu, de zoon van Brahma, en Manu, de zoon van Vivasvat, de zon. Van de tweede stammen alle mensen af, en hij staat aan het begin van het geslacht van Puru. Waar het verhaal "een van de Manu's" zegt, zegt het epos niet welke.
  • Shalva en Shalya. Shalva is de heer van Saubha, die Bhishma uitdaagt toen die de prinsessen van Kashi meenam, en die Amba in haar hart tot man had gekozen. Shalya is de koning van Madra en de broer van Madri.
  • Bahlika en de Valhika's. Bahlika is de broer van Shantanu en de vader van Somadatta. De Valhika's zijn een volk: het volk van Madra, waarover Shalya regeert. In de eerste opsomming heet ook een van de zonen van een vroegere koning Janamejaya Bahlika.
  • Vasudeva. Vasudeva is de vader van Krishna, de zoon van Shura en de broer van Kunti. Maar ook Krishna zelf wordt Vasudeva genoemd: de zoon van Vasudeva. In het Sanskriet klinken de namen iets anders; in dit boek zijn ze gelijk gespeld.
  • Krishna Dvaipayana en Krishna. Krishna betekent de donkere. Krishna Dvaipayana, de donkere die op een eiland geboren werd, is Vyasa, de zoon van Satyavati en Parashara. Krishna, de zoon van Vasudeva, is iemand anders. In boek 2 komt daar nog Krishnaa bij, een naam van Draupadi.
  • Twee Jaratkaru's. De rishi Jaratkaru trouwde met een vrouw die dezelfde naam droeg: Jaratkaru, de zuster van Vasuki, de koning van de naga's. Hun zoon is Astika.
  • Kashyapa. Kashyapa de rishi is een van de grote stamvaders: de vader van de Aditya's, van de naga's, van Garuda en van Aruna. Kashyapa de arts is een andere brahmaan met dezelfde naam, die koning Parikshit van het gif van Takshaka wilde genezen.
  • In de stambomen zelf komen oude koningen voor met de namen van latere mensen. Janamejaya heet een zoon van Puru, een zoon van Kuru en de koning die dit verhaal hoort. Parikshit, Bhimasena (ook een naam van Bhima), Dhritarashtra, Pandu, Hasti en Bhumanyu zijn ook namen van vroegere prinsen en koningen in de lijn. Shura is ook een zoon van Ilina, Druhyu ook een zoon van Matinara, Riksha tegelijk een koning en een vrouw van Ajamidha, en Gandhari ook een andere vrouw van Ajamidha. Suhotra heet zowel de kleinzoon van Bharata als de zoon van Sahadeva, en Shatanika zowel de zoon van Nakula als de zoon van koning Janamejaya. Uchchaihshravas is het paard dat bij de karning uit de oceaan opsteeg en ook een kleinzoon van Kuru. Kama is de god van de liefde en ook de vrouw van Ayutanayi. Drie verschillende vrouwen heten Sunanda, twee Maryada, twee Sudeva en twee Vijaya.