God
Ganga
Ook: de godin van de rivier
De godin van de rivier, die 'langs drie wegen stroomt'. Ze wordt de vrouw van Shantanu. Zeven van haar zonen werpt ze in de rivier, om de Vasu's te bevrijden, en de achtste, Bhishma, laat ze leven (hoofdstuk 12).
Op last van Bhishma, de zoon van de riviergodin Ganga, en van zijn eigen moeder Satyavati, verwekte Vyasa voor het huis van Vichitravirya, een koning die kinderloos was gestorven, drie zonen die als drie offervuren waren: Dhritarashtra, Pandu en Vidura.
In de verhalen
- Het woord JayaHoofdstuk één · boek 1
- De oorringen van de koninginHoofdstuk twee · boek 1
- Vaishampayana begintHoofdstuk acht · boek 1
- Het meisje dat naar vis rookHoofdstuk acht · boek 1
- De delen van de godenHoofdstuk acht · boek 1
- De jachtHoofdstuk negen · boek 1
- Indra's vraagHoofdstuk elf · boek 1
- Het huis van PuruHoofdstuk elf · boek 1
- Ganga (treedt zelf op)Hoofdstuk twaalf · boek 1
- De achtste zoon (treedt zelf op)Hoofdstuk twaalf · boek 1
- De gelofte (treedt zelf op)Hoofdstuk twaalf · boek 1
- Het oudste kindHoofdstuk dertien · boek 1
- De lenteHoofdstuk zestien · boek 1
- Het rijk van de naga'sHoofdstuk één · boek 2
- De ring in de putHoofdstuk één · boek 2
- De kop van de vogelHoofdstuk twee · boek 2
- Het toernooiHoofdstuk twee · boek 2
- De gurudakshinaHoofdstuk twee · boek 2
- Het huis van lakHoofdstuk drie · boek 2
- De dochter uit het vuurHoofdstuk vijf · boek 2
- De verbrande wagenHoofdstuk vijf · boek 2
- Vijf Indra'sHoofdstuk acht · boek 2
- UlupiHoofdstuk elf · boek 2
- ManipuraHoofdstuk elf · boek 2
- De brandHoofdstuk dertien · boek 2
Vet: Ganga treedt er zelf in op.