Personage
Nakula
In boek 1 · Het huis van de Kuru's
De tweeling van Madri, verwekt door de Ashvins, 'die op aarde hun gelijke in schoonheid niet hadden' (hoofdstuk 16).
In boek 2 · De leerjaren
De tweeling van Madri, verwekt door de Ashvins. Bij Drona worden ze de besten met het zwaard (hoofdstuk 2). Sahadeva leert van Brihaspati, de leraar van de goden, de hele leer van de dharma, en Nakula wordt een atiratha (hoofdstuk 2).
Arjuna is de stam, Bhima de takken, de tweeling Nakula en Sahadeva, de zonen van Pandu's tweede vrouw Madri, zijn de rijpe vruchten en de bloemen, en de wortels zijn Vasudeva, Brahma en de brahmanen.
In de verhalen
- Het woord JayaHoofdstuk één · boek 1
- De delen van de godenHoofdstuk acht · boek 1
- Het huis van PuruHoofdstuk elf · boek 1
- Vijf zonen (treedt zelf op)Hoofdstuk zestien · boek 1
- De kop van de vogelHoofdstuk twee · boek 2
- De gurudakshina (treedt zelf op)Hoofdstuk twee · boek 2
- Het huis van lak (treedt zelf op)Hoofdstuk drie · boek 2
- HidimbiHoofdstuk vier · boek 2
- Vijf keer (treedt zelf op)Hoofdstuk vijf · boek 2
- Deel het samen (treedt zelf op)Hoofdstuk acht · boek 2
- De wapensHoofdstuk acht · boek 2
- Waar Krishna isHoofdstuk negen · boek 2
- De koeherderinHoofdstuk elf · boek 2
Vet: Nakula treedt er zelf in op.