Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 2 · Hoofdstuk drie, Het huis van lak

De jakhals

Verteld door Vaishampayana, aan koning Janamejaya, tijdens het slangenoffer. Ongeveer 9 minuten lezen.

Dhritarashtra liet Kanika bij zich komen, zijn minister, een brahmaan die alles wist van de staatskunst en van het geven van raad. 'Brahmaan,' zei de koning, 'de Pandava's worden met de dag machtiger. Ze overschaduwen de hele aarde, en ik ben mateloos jaloers op hen. Moet ik vrede met hen houden, of oorlog tegen hen voeren? Zeg me de waarheid, Kanika. Ik zal doen wat u me aanraadt.'

'Ik zal u antwoorden, koning,' zei Kanika, 'maar neem me niet kwalijk wat u te horen krijgt. Een koning moet altijd klaarstaan met geheven knots, en zijn kracht moet blijven groeien. Zijn eigen zwakke plekken houdt hij verborgen, en op die van zijn vijand let hij zonder ophouden, om er zijn voordeel mee te doen. Voor een koning die elk ogenblik kan toeslaan, is iedereen bang; daarom moet hij in alles wat hij doet de strafstaf gebruiken. Zijn middelen en zijn doelen verbergt hij, zoals een schildpad zijn lijf onder zijn schild trekt. En wat hij begonnen is, maakt hij af: een doorn die maar half wordt uitgetrokken, laat een etterende wond achter.

Lees het hele verhaal in hoofdstuk drie, Het huis van lak

In hetzelfde hoofdstuk

Kanika's raad; Varanavata; de brand en de vlucht.