Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 2 · Hoofdstuk zes, De huispriester

Tranen van vuur

Verteld door Vaishampayana; in het verhaal nemen ook anderen het woord. Ongeveer 2 minuten lezen.

'Gandharva,' vroeg Arjuna, 'waarom beval koning Kalmashapada zijn koningin naar meester Vasishtha te gaan? En waarom verenigde Vasishtha, die elke regel van de dharma kende, zich met een vrouw met wie hij dat niet had mogen doen? Was dat een kwaad van Vasishtha, vriend? Neem mijn twijfels weg. Daarvoor kom ik bij jou.'

'Dan zal ik je vraag over Vasishtha en koning Kalmashapada beantwoorden, Arjuna,' zei de gandharva. 'Ik heb je verteld hoe Shakti, de zoon van Vasishtha, de koning vervloekte.'

En de gandharva vertelde.

Onder de macht van die vloek verliet koning Kalmashapada zijn hoofdstad, met ogen die rolden van woede, en zijn vrouw ging met hem mee. Met haar trok de koning de eenzame wouden in. Op een dag zwierf hij door een woud vol herten en andere dieren, dicht begroeid met grote bomen, struiken en klimplanten, en vol schrikwekkende kreten. Hij kreeg honger en ging op zoek naar iets te eten, en ten slotte zag hij, op een verlaten plek in het woud, een brahmaan en zijn vrouw die met elkaar de liefde bedreven. Toen ze de koning zagen, schrokken ze, en ze vluchtten weg, voordat hun verlangen gestild was. De koning achtervolgde het vluchtende paar en greep de brahmaan met geweld.

Lees het hele verhaal in hoofdstuk zes, De huispriester

In hetzelfde hoofdstuk

Vasishtha en Vishvamitra; Kalmashapada; Parashara en Aurva; het vuur in het water; de huispriester Dhaumya.