Boek 2 · Hoofdstuk dertien, De brand
Aan de rivier
'Ik vertrouwde op het woord van Agni,' zei Mandapala tegen zijn kinderen, 'en ik wist hoe rechtvaardig jullie moeder is en hoeveel kracht er in jullie zelf zit. Daarom ben ik niet eerder gekomen. Draag me geen wrok, mijn zonen. Jullie zijn allemaal rishi's die de Veda kennen. Ook Agni kent jullie goed.' Daarna nam Mandapala zijn vrouw en zijn zonen met zich mee, verliet die streek en ging naar een ander land.
Met de hulp van Krishna en Arjuna verteerde Agni het Khandava-woud, en hij bevrijdde de wereld van angst en werd steeds sterker. Hij had rivieren van vet en merg gedronken en was volkomen verzadigd, en hij liet zich aan Arjuna zien. Toen daalde Indra, omringd door de Maruts, uit het hemelgewelf neer.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk dertien, De brand
In hetzelfde hoofdstuk
De brand van het Khandava-woud; de sarngaka's; de gunsten aan de rivier.