Boek 2 · Hoofdstuk dertien, De brand
De sarngaka's
'Brahmaan,' zei Janamejaya, 'vertel me waarom Agni, toen dat woud zo brandde, de vogels die sarngaka's heten niet verteerde. U hebt ons verteld waarom Ashvasena en de danava Maya niet verbrandden. Maar waarom de sarngaka's ontsnapten, hebt u nog niet gezegd. Dat die vogels ontsnapt zijn, lijkt me wonderlijk. Vertel ons waarom ze in dat verwoestende vuur niet omkwamen.'
'Ik zal u vertellen waarom Agni die vogels bij de brand niet verteerde,' zei Vaishampayana.
Er was een grote rishi die Mandapala heette. Hij kende alle leerboeken, hield zich aan strenge geloften, wijdde zich aan de ascese en leefde rechtvaardiger dan wie ook. Hij volgde het voorbeeld van de rishi's die in volkomen onthouding leven, hield al zijn zinnen in bedwang en leefde voor de studie en de dharma. Toen hij de verste oever van de ascese had bereikt, verliet hij zijn menselijk lichaam en ging hij naar de wereld van de voorouders. Maar daar kreeg hij niet de vrucht van zijn daden. Hij vroeg de goden die rond de koning van de doden zaten, waarom dat zo was.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk dertien, De brand
In hetzelfde hoofdstuk
De brand van het Khandava-woud; de sarngaka's; de gunsten aan de rivier.