Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

God

Vayu

De god van de wind. Hij verdrijft het stof dat Garuda opjaagt (hoofdstuk 5) en helpt Menaka bij Vishvamitra (hoofdstuk 9). Hij is de vader van Bhima (hoofdstuk 16).

Daarom lieten zijn vrouwen, Kunti en Madri, zodat aan de voorschriften van de dharma werd voldaan, in zijn plaats de goden bij zich toe: Dharma, de god van de dharma, Vayu, de wind, Indra, de koning van de goden, en de tweelinggoden, de Ashvins.

De eerste keer, in Het woord Jaya (hoofdstuk één, boek 1)

In de verhalen

  1. Het woord JayaHoofdstuk één · boek 1
  2. De weddenschapHoofdstuk vier · boek 1
  3. De slavendienstHoofdstuk vijf · boek 1
  4. De olifant en de schildpadHoofdstuk vijf · boek 1
  5. De roof van de amrita (treedt zelf op)Hoofdstuk vijf · boek 1
  6. BlijfHoofdstuk zeven · boek 1
  7. De delen van de godenHoofdstuk acht · boek 1
  8. Shakuntala (treedt zelf op)Hoofdstuk negen · boek 1
  9. Het huis van PuruHoofdstuk elf · boek 1
  10. De gelofteHoofdstuk twaalf · boek 1
  11. Vijf zonenHoofdstuk zestien · boek 1
  12. De lenteHoofdstuk zestien · boek 1
  13. Het toernooiHoofdstuk twee · boek 2
  14. Het huis van lakHoofdstuk drie · boek 2
  15. HidimbiHoofdstuk vier · boek 2
  16. De verbrande wagenHoofdstuk vijf · boek 2
  17. Vijf Indra'sHoofdstuk acht · boek 2
  18. TilottamaHoofdstuk tien · boek 2
  19. De gloeiende brahmaanHoofdstuk twaalf · boek 2
  20. De brandHoofdstuk dertien · boek 2
  21. De sarngaka'sHoofdstuk dertien · boek 2
  22. Aan de rivierHoofdstuk dertien · boek 2

Vet: Vayu treedt er zelf in op.