Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Begrip

hemelgewelf

De hemel boven de aarde, waar de zon, de maan en de sterren staan (hoofdstuk 5 en 13).

Utanka bezong de slangen: 'Slangen, onderdanen van de naga-koning Airavata, schitterend in de strijd, die wapens laten neerkomen als bliksemgeladen wolken voor de wind; mooi en van vele gedaanten, getooid met veelkleurige oorringen, stralend als de zon aan het hemelgewelf.

De eerste keer, in De oorringen van de koningin (hoofdstuk twee, boek 1)

Waar het voorkomt

  1. De oorringen van de koninginHoofdstuk twee · boek 1
  2. De slavendienstHoofdstuk vijf · boek 1
  3. De olifant en de schildpadHoofdstuk vijf · boek 1
  4. De dode slangHoofdstuk zes · boek 1
  5. De geslachtenHoofdstuk acht · boek 1
  6. Vijf gouden wagensHoofdstuk elf · boek 1
  7. Het kind in het waterHoofdstuk veertien · boek 1
  8. Vijf zonenHoofdstuk zestien · boek 1
  9. TapatiHoofdstuk vijf · boek 2
  10. Het vierde vuurHoofdstuk zes · boek 2
  11. Het schotHoofdstuk zeven · boek 2
  12. Het huwelijkHoofdstuk acht · boek 2
  13. TilottamaHoofdstuk tien · boek 2
  14. De brandHoofdstuk dertien · boek 2
  15. De sarngaka'sHoofdstuk dertien · boek 2
  16. Aan de rivierHoofdstuk dertien · boek 2