Boek 1 · Hoofdstuk vijftien, Het hert
De mantra
'Dat moet je niet tegen me zeggen,' antwoordde Kunti. 'Ik ben je wettige vrouw, en ik ben je toegewijd. Jij zelf zult bij mij, zoals de dharma het wil, kinderen verwekken die vol kracht zijn, en dan ga ik met je mee naar de hemel van de goden. Neem me in je armen om kinderen te verwekken. Zelfs in gedachten zal ik geen andere man dan jou in mijn armen nemen. Welke man op aarde staat er hoger dan jij? Ik ken een verhaal uit de purana's, de oude overleveringen.
Lang geleden was er in het geslacht van Puru een koning die Vyushitashva heette. Hij hield zich aan de waarheid en de dharma. Toen hij eens een offer bracht, kwamen de goden met Indra en de grote rishi's naar hem toe. Indra raakte bedwelmd door de soma, en de brahmanen door de rijke geschenken die ze kregen, zodat de goden en de grote rishi's zelf alles verrichtten wat bij dat offer hoorde. Vyushitashva was zo sterk als tien olifanten. Hij onderwierp alle koningen in het oosten, het noorden, het westen en het zuiden, liet hen schatting betalen en bracht het paardenoffer. Alle vertellers van de purana's zingen over hem dat hij de aarde veroverde tot aan de kust van de zee en alle standen van zijn volk beschermde zoals een vader zijn eigen zonen. Hij bracht het ene grote offer na het andere en gaf de brahmanen veel rijkdom.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk vijftien, Het hert
In hetzelfde hoofdstuk
Pandu en het hert; de schuld aan de voorouders; Kunti's mantra.