Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Begrip

standen

Uit de woordenlijst van boek 1

De vier standen: brahmanen, kshatriya's, vaishya's en shudra's (hoofdstuk 7). Ze zijn 'uit één lichaam voortgekomen, maar hun plichten en hun zuiverheid zijn niet gelijk' (hoofdstuk 10). Vermenging van de standen geldt als kwaad (hoofdstuk 9 en 10).

Uit de woordenlijst van boek 2

Zie de notitie De standen, en wie erbuiten valt.

De standen, en wie erbuiten valt

Het epos kent vier standen, varna's: de brahmanen, de priesters en geleerden; de kshatriya's, de krijgers en koningen; de vaishya's, de boeren en handelaars; en de shudra's, die de anderen dienen (hoofdstuk 2 en 4). Wat de voorschriften voor het huwelijk van elk van de vier standen vereisen, legt Drupada klaar om uit te vinden wie de broers zijn (hoofdstuk 8). Daarbuiten staan de suta's, de nishada's en de mleccha's. Zie die woorden.

Het spreekt over de aard van verval, angst en ziekte, van bestaan en niet-bestaan; over de vormen van dharma en de levensfasen, de regels voor de vier standen, de ascese en de plichten van de leerling.

De eerste keer, in Het woord Jaya (hoofdstuk één, boek 1)

Waar het voorkomt

  1. Het woord JayaHoofdstuk één · boek 1
  2. De olifant en de schildpadHoofdstuk vijf · boek 1
  3. De man in de boomHoofdstuk zeven · boek 1
  4. De last van de aardeHoofdstuk acht · boek 1
  5. De jachtHoofdstuk negen · boek 1
  6. Het ashokabosHoofdstuk tien · boek 1
  7. De ouderdomHoofdstuk elf · boek 1
  8. De mantraHoofdstuk vijftien · boek 1
  9. Het toernooiHoofdstuk twee · boek 2
  10. De verbrande wagenHoofdstuk vijf · boek 2
  11. TapatiHoofdstuk vijf · boek 2
  12. De wapensHoofdstuk acht · boek 2