Boek 1 · Hoofdstuk twaalf, De gelofte
Ganga
Er was een koning die Mahabhisha heette, uit het geslacht van Ikshvaku. Hij heerste over de hele aarde, zijn woord was waar, en zijn moed was geen schijn. Met duizend paardenoffers en honderd rajasuya's stemde hij Indra gunstig, en ten slotte werd hij opgenomen in de hemel van de goden.
Op een dag waren de goden bijeen om Brahma te vereren. Er waren ook veel koninklijke wijzen, onder wie Mahabhisha. En ook Ganga, de koningin van de rivieren, kwam de Grootvader eren. De wind verschoof haar kleed, dat wit was als het licht van de maan, en haar lichaam kwam bloot. De goden bogen hun hoofd. Maar de koninklijke wijze Mahabhisha staarde de koningin van de rivieren schaamteloos aan.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk twaalf, De gelofte
In hetzelfde hoofdstuk
Ganga en de acht zonen; Devavrata's gelofte: Bhishma.