Boek 1 · Hoofdstuk elf, De ouderdom
Het huis van Puru
'Eerbiedwaardige,' zei Janamejaya, 'ik wil de geschiedenis horen van de koningen die van Puru afstammen, van ieder van hen, met zijn moed en zijn daden. Ik heb gehoord dat er in het geslacht van Puru niet één was die tekortschoot in goed gedrag of in moed, en niet één die zonder zoon bleef. Vertel me over die koningen, tot in bijzonderheden.'
'U hebt het gevraagd,' zei Vaishampayana, 'en ik zal u vertellen over de helden in het geslacht van Puru, die allen in moed aan Indra gelijk waren.'
Puru had drie zonen, en van hen zette Pravira het geslacht voort. Van vader op zoon ging de lijn verder, langs koningen die over de aarde tot aan de vier zeeën heersten, die de rajasuya brachten, het offer waarmee een koning zich tot heerser over alle koningen laat wijden, en het paardenoffer. Zo kwam ze bij Ilina, de grootste veroveraar van zijn tijd, en Ilina kreeg vijf zonen, van wie Dushyanta de oudste was en koning werd. Dushyanta kreeg bij Shakuntala een verstandige zoon, Bharata, en Bharata gaf zijn naam aan het geslacht; door hem is de roem ervan zo wijd verbreid.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk elf, De ouderdom
In hetzelfde hoofdstuk
Yayati's ouderdom en val, Indra's vraag, de vijf gouden wagens; het huis van Puru tot Shantanu.