Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 1 · Hoofdstuk veertien, Het kind in het water

De krans

Verteld door Vaishampayana, aan koning Janamejaya, tijdens het slangenoffer. Ongeveer 6 minuten lezen.

Kunti, de dochter van Kuntibhoja, had grote ogen en was mooi, en ze had alles wat men in een jonge vrouw prijst. Ze hield zich aan strenge geloften en leefde naar de dharma. Toch vroeg geen enkele koning om haar hand. Daarom nodigde haar vader de prinsen en koningen van andere landen uit voor een svayamvara, een bruidskeuze: de vorsten kwamen als gasten, en de bruid koos onder hen zelf haar man.

Kunti kwam de ruimte binnen waar de vorsten zaten, en tussen al die koningen zag ze Pandu, de prins van de Kuru's. Hij was breed van borst en trots als een leeuw, hij had de ogen van een stier, en hij overtrof alle andere koningen in kracht en in glans. Toen ze hem zag, raakte ze in de war. Ze liep bescheiden naar voren, trillend over haar hele lichaam, en legde de huwelijkskrans om Pandu's hals. De andere vorsten zagen dat Kunti Pandu tot man had gekozen, en ze keerden terug naar hun eigen rijken, op olifanten, op paarden en op wagens, zoals ze gekomen waren.

Lees het hele verhaal in hoofdstuk veertien, Het kind in het water

In hetzelfde hoofdstuk

Gandhari's blinddoek; Kunti en het kind in het water; de krans en de gekochte bruid; de honderd potten.