Boek 1 · Hoofdstuk veertien, Het kind in het water
Honderd potten
'Terwijl Pandu in het woud leefde,' zei Vaishampayana, 'verwekte Dhritarashtra bij Gandhari honderd zonen, en daarnaast nog één bij een vrouw uit de stand van de vaishya's. En Pandu kreeg bij zijn twee vrouwen, Kunti en Madri, vijf zonen, grote wagenstrijders, die allemaal door de goden verwekt werden om het geslacht van Kuru voort te zetten.'
'Eerbiedwaardige,' zei Janamejaya, 'hoe bracht Gandhari die honderd zonen ter wereld, en in hoeveel jaar? Hoe lang was het leven dat ieder van hen was toegemeten? Hoe verwekte Dhritarashtra die andere zoon bij die vaishya-vrouw? Hoe gedroeg Dhritarashtra zich tegenover Gandhari, die hem liefhad, hem gehoorzaamde en naar de dharma leefde? En hoe werden de vijf zonen van Pandu verwekt, terwijl Pandu zelf onder de vloek lag van de rishi die hij had gedood? Vertel me alles in bijzonderheden, want mijn dorst naar alles wat mijn eigen voorvader aangaat, is nog niet gelest.'
Lees het hele verhaal in hoofdstuk veertien, Het kind in het water
In hetzelfde hoofdstuk
Gandhari's blinddoek; Kunti en het kind in het water; de krans en de gekochte bruid; de honderd potten.