Boek 2 · Hoofdstuk elf
De ontvoering
Een paar dagen later begon op de berg Raivataka een groot feest van de Vrishni's en de Andhaka's. Op dat bergfeest gaven de helden van de Bhoja's, de Vrishni's en de Andhaka's de brahmanen bij duizenden hun rijkdom. Rond de berg stonden huizen vol edelstenen en kunstbomen in bonte kleuren. De muzikanten speelden samen, de dansers dansten en de zangers zongen. De jonge mannen van de Vrishni's reden in hun wagens vol goud, met al hun sieraden om, en ze zagen er prachtig uit. De burgers kwamen er met honderden en duizenden, te voet of in mooie wagens, met hun vrouwen en hun gevolg.
Balarama, de oudere broer van Krishna, zwierf er rond zoals hij wilde, vrolijk van de drank, met zijn vrouw Revati, en achter hem aan kwamen muzikanten en zangers. Ook Ugrasena, de machtige koning van de Vrishni's, was er, met zijn duizend vrouwen en zangers met mooie stemmen. Pradyumna, de zoon van Rukmini, en Shamba, altijd woest in de strijd, liepen opgewonden van de drank rond, met prachtige bloemenkransen en in kostbare kleren. En Akrura, Sarana, Gada, Satyaki, Kritavarman, Uddhava en vele anderen maakten het bergfeest met hun vrouwen en hun groepen zangers nog mooier.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk elf, De ontvoering
In hetzelfde hoofdstuk
Ulupi, Chitrangada van Manipura, de krokodillen, Raivataka, Subhadra, de koeherderin.