Boek 2 · Hoofdstuk elf, De ontvoering
Raivataka
Daarna bezocht Arjuna een voor een alle tirtha's en heilige plaatsen aan de kust van de westelijke oceaan, tot hij bij Prabhasa kwam. Krishna hoorde dat Arjuna in die heilige en lieflijke streek was aangekomen, en hij ging er meteen heen om zijn vriend te zien. Krishna en Arjuna omhelsden elkaar, vroegen hoe het met de ander ging en gingen samen zitten. Die twee vrienden waren niemand anders dan Nara en Narayana, de twee goddelijke rishi's van oudsher: Narayana, die Vishnu zelf is, en Nara, de rishi die altijd aan zijn zijde staat.
'Waarom zwerf je over de aarde, Arjuna,' vroeg Krishna, 'langs alle heilige wateren en heilige plaatsen?'
Arjuna vertelde hem alles wat er gebeurd was. 'Dat is zoals het moet,' zei Krishna.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk elf, De ontvoering
In hetzelfde hoofdstuk
Ulupi, Chitrangada van Manipura, de krokodillen, Raivataka, Subhadra, de koeherderin.