Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 2 · Hoofdstuk elf, De ontvoering

Ulupi

Verteld door Vaishampayana, aan koning Janamejaya, tijdens het slangenoffer. Ongeveer 3 minuten lezen.

Toen Arjuna naar het woud vertrok, liepen brahmanen die de Veda kenden nog een eind met hem mee. Anderen gingen met hem op reis: brahmanen die de Veda en alle kennis die erbij hoort beheersten en over het Zelf nadachten, musici, asceten die zich aan een god hadden gewijd, voordragers van de purana's, de oude overleveringen, vertellers van heilige verhalen, mannen die in onthouding leefden, woudbewoners, brahmanen die met een mooie stem de verhalen van de goden voordroegen, en vele anderen die goed konden spreken. Arjuna reisde zoals Indra reist wanneer de Maruts, de stormgoden, hem volgen. Onderweg zag hij lieflijke wouden en meren, rivieren en zeeën, landstreken en wateren. Ten slotte kwam hij bij de plek waar de Ganga uit de bergen de vlakte bereikt, en daar besloot hij te blijven.

Lees het hele verhaal in hoofdstuk elf, De ontvoering

In hetzelfde hoofdstuk

Ulupi, Chitrangada van Manipura, de krokodillen, Raivataka, Subhadra, de koeherderin.