Boek 2 · Hoofdstuk elf, De ontvoering
De krokodillen
Daarna ging Arjuna naar de heilige wateren aan de oever van de zuidelijke oceaan, waar veel asceten woonden. Er lagen daar vijf tirtha's, maar juist die vijf wateren meden alle asceten. Ze heetten Agastya, Saubhadra, Pauloma, dat bijzonder heilig was, Karandhama, dat veel heil bracht en wie er baadde de vrucht van een paardenoffer gaf, en Bharadvaja, dat alle kwaad afwaste. Arjuna zag dat er bij die vijf wateren niemand was. Met gevouwen handen vroeg hij de asceten uit de omgeving: 'U kent de Veda. Waarom blijft u weg bij deze vijf heilige wateren?'
'In deze wateren leven vijf grote krokodillen,' antwoordden ze, 'en die sleuren iedere asceet mee die er toevallig in baadt. Daarom gaan we er niet heen.'
Lees het hele verhaal in hoofdstuk elf, De ontvoering
In hetzelfde hoofdstuk
Ulupi, Chitrangada van Manipura, de krokodillen, Raivataka, Subhadra, de koeherderin.