Boek 1 · Hoofdstuk tien, Kacha
Het ashokabos
Een tijd later ging Devayani voor haar plezier weer naar het woud, met Sharmishtha en haar duizend meisjes. Op dezelfde plek als toen zwierven ze vrij rond. Devayani liet zich door al haar gezellinnen bedienen en genoot. Ze speelden zorgeloos, dronken de honing uit de bloemen, aten allerlei vruchten en beten er in het wilde weg in.
Juist toen kwam koning Yayati, de zoon van Nahusha, er weer langs, moe en dorstig, op jacht naar herten. Hij zag Devayani en Sharmishtha en al die andere meisjes, getooid met hemelse sieraden en wellustig loom van de bloemenhoning die ze gedronken hadden. Devayani, de mooiste van hen allemaal, lag op haar gemak uitgestrekt, en Sharmishtha zat bij haar en masseerde zachtjes haar voeten.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk tien, Kacha
In hetzelfde hoofdstuk
De lijn van Manu; Kacha en de kunst van het terugroepen; Devayani in de put; het ashokabos.