Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

God

Vishnu

Ook: Narayana, Achyuta

In boek 1 · Het huis van de Kuru's

De god die de wereld in stand houdt. Hij neemt de gedaante van een vrouw aan om de asura's de amrita af te nemen (hoofdstuk 4) en maakt Garuda tot zijn rijdier (hoofdstuk 5). Hij belooft op aarde geboren te worden (hoofdstuk 8).

In boek 2 · De leerjaren

De god die de wereld in stand houdt. Hij trekt twee haren uit zijn lichaam, een witte en een zwarte, en die worden Balarama en Krishna (hoofdstuk 8).

Wie het woord Jaya, overwinning, wil uitspreken, buigt eerst voor Narayana en voor Nara, de hoogste onder de mensen, en voor Sarasvati, de godin van het woord.

De eerste keer, in Het woord Jaya (hoofdstuk één, boek 1)

In de verhalen

  1. Het woord JayaHoofdstuk één · boek 1
  2. De karning van de oceaan (treedt zelf op)Hoofdstuk vier · boek 1
  3. De weddenschapHoofdstuk vier · boek 1
  4. De slavendienstHoofdstuk vijf · boek 1
  5. De roof van de amrita (treedt zelf op)Hoofdstuk vijf · boek 1
  6. Er isHoofdstuk zeven · boek 1
  7. BlijfHoofdstuk zeven · boek 1
  8. De last van de aarde (treedt zelf op)Hoofdstuk acht · boek 1
  9. De geslachtenHoofdstuk acht · boek 1
  10. De delen van de godenHoofdstuk acht · boek 1
  11. De jachtHoofdstuk negen · boek 1
  12. Het ashokabosHoofdstuk tien · boek 1
  13. Indra's vraagHoofdstuk elf · boek 1
  14. Vijf gouden wagensHoofdstuk elf · boek 1
  15. Vijf zonenHoofdstuk zestien · boek 1
  16. Het toernooiHoofdstuk twee · boek 2
  17. De koningenHoofdstuk zeven · boek 2
  18. Vijf Indra's (treedt zelf op)Hoofdstuk acht · boek 2
  19. Het huwelijkHoofdstuk acht · boek 2
  20. RaivatakaHoofdstuk elf · boek 2
  21. GandivaHoofdstuk twaalf · boek 2
  22. De brandHoofdstuk dertien · boek 2

Vet: Vishnu treedt er zelf in op.