Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

God

De Ashvins

Ook: de tweelinggoden

De tweelingartsen van de goden. Ze geven Upamanyu zijn ogen terug (hoofdstuk 2) en zijn de vaders van Nakula en Sahadeva (hoofdstuk 16).

Daarom lieten zijn vrouwen, Kunti en Madri, zodat aan de voorschriften van de dharma werd voldaan, in zijn plaats de goden bij zich toe: Dharma, de god van de dharma, Vayu, de wind, Indra, de koning van de goden, en de tweelinggoden, de Ashvins.

De eerste keer, in Het woord Jaya (hoofdstuk één, boek 1)

In de verhalen

  1. Het woord JayaHoofdstuk één · boek 1
  2. De oorringen van de koninginHoofdstuk twee · boek 1
  3. De roof van de amritaHoofdstuk vijf · boek 1
  4. De delen van de godenHoofdstuk acht · boek 1
  5. KachaHoofdstuk tien · boek 1
  6. Het huis van PuruHoofdstuk elf · boek 1
  7. De drie prinsessenHoofdstuk dertien · boek 1
  8. Vijf zonenHoofdstuk zestien · boek 1
  9. De lenteHoofdstuk zestien · boek 1
  10. Het huis van lakHoofdstuk drie · boek 2
  11. De verbrande wagenHoofdstuk vijf · boek 2
  12. Het schotHoofdstuk zeven · boek 2
  13. De koningenHoofdstuk zeven · boek 2
  14. Vijf Indra'sHoofdstuk acht · boek 2
  15. De brandHoofdstuk dertien · boek 2
  16. De sarngaka'sHoofdstuk dertien · boek 2