Boek 2 · Hoofdstuk vier, De grasspriet
Ekachakra
De Pandava's trokken van woud naar woud en joegen op herten en ander wild om te eten. Op hun zwerftocht kwamen ze door de landen van vele volken: dat van de Matsya's, de Trigarta's en de Panchala's, en daarna dat van de Kichaka's, met vele mooie wouden en meren. Ze droegen allemaal hun haar samengekoekt tot strengen en waren gekleed in boomschors en dierenhuiden: met Kunti in hun midden trokken ze als asceten door het land. Soms droegen ze hun moeder op hun rug en haastten ze zich voort, soms gingen ze vermomd, en soms trokken ze weer in grote vaart verder. Onderweg bestudeerden ze de Rigveda en de andere Veda's, en ook de hulpwetenschappen van de Veda, en de leer van de dharma en van de staatskunst.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk vier, De grasspriet
In hetzelfde hoofdstuk
Hidimbi; Vyasa in Ekachakra; Baka en de brahmaanse familie.