Boek 2 · Hoofdstuk vier
De grasspriet
'Brahmaan,' vroeg Janamejaya, 'wat deden de zonen van Kunti toen ze in Ekachakra waren aangekomen?'
De zonen van Kunti woonden een tijd in het huis van de brahmaan in Ekachakra. Ze haalden hun eten op bij de huizen, als bedelende brahmanen, en de mensen van Ekachakra hielden hen ook voor brahmanen. Op hun tochten zagen ze allerlei mooie wouden en streken, en vele rivieren en meren, en om hun goede eigenschappen werden ze al gauw geliefd bij de mensen van de stad. Bij het vallen van de avond legden ze alles wat ze gekregen hadden voor Kunti neer, en Kunti verdeelde het, en ieder nam wat hem was toebedeeld: de vier broers en hun moeder namen samen de ene helft van alles, en Bhima nam in zijn eentje de andere helft.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk vier, De grasspriet
In hetzelfde hoofdstuk
Hidimbi; Vyasa in Ekachakra; Baka en de brahmaanse familie.