Boek 1 · Hoofdstuk zeven, Het slangenoffer
Er is
Intussen trok de grote asceet Jaratkaru over de hele aarde, en waar de avond viel, daar was zijn huis voor de nacht. Hij hield geloften die voor een onrijp mens te zwaar zijn, en hij baadde in de heilige wateren. Hij leefde van lucht, hij verlangde niets van de genoegens van de wereld, en hij werd elke dag magerder.
Op een dag zag hij zijn voorouders in een kuil hangen, met het hoofd omlaag, aan een touw dat gevlochten was van de wortels van viranagras. Van dat touw was nog maar één draad heel, en ook aan die ene draad knaagde langzaam een grote rat die in de kuil woonde. De voorouders hadden niets te eten, ze waren uitgemergeld en ellendig, en ze snakten ernaar gered te worden.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk zeven, Het slangenoffer
In hetzelfde hoofdstuk
Jaratkaru: "Er is"; de man in de boom; het slangenoffer; Astika's "Blijf".