Boek 1 · Hoofdstuk zeven
Het slangenoffer
De ministers stemden in met wat koning Janamejaya had gezegd, en de koning maakte zijn besluit bekend: hij zou een slangenoffer houden. Hij riep zijn huispriester en zijn offerpriesters bij zich. 'Zeg me wat ik moet doen om me te wreken,' zei hij tegen hen. 'Kennen jullie een rite waarmee ik de slang Takshaka met zijn verwanten in het vuur kan werpen? Ik wil die ellendeling verbranden, zoals hij mijn vader heeft verbrand met het vuur van zijn gif.'
'Er bestaat voor u een groot offer, koning, dat de goden zelf hebben bedacht,' antwoordde de huispriester. 'Het heet het slangenoffer, en het staat in de purana's, de oude overleveringen. Alleen u kunt het volbrengen, niemand anders. Kenners van de purana's hebben ons verteld dat er zo'n offer bestaat.'
Lees het hele verhaal in hoofdstuk zeven, Het slangenoffer
In hetzelfde hoofdstuk
Jaratkaru: "Er is"; de man in de boom; het slangenoffer; Astika's "Blijf".