Begrip
suta
Uit de woordenlijst van boek 1
Een man uit het geslacht van barden en wagenmenners, dat de oude verhalen bewaart. Sauti, de bouwmeester Lohitaksha en de man van Radha zijn suta's.
Uit de woordenlijst van boek 2
Een man uit het geslacht van barden en wagenmenners. Karna groeide op bij de suta Adhiratha (hoofdstuk 1 en 2). 'Zoon van een suta' is in de mond van Bhima een scheldwoord (hoofdstuk 2). Draupadi: 'Ik kies geen suta tot man' (hoofdstuk 7).
De standen, en wie erbuiten valt
Het epos kent vier standen, varna's: de brahmanen, de priesters en geleerden; de kshatriya's, de krijgers en koningen; de vaishya's, de boeren en handelaars; en de shudra's, die de anderen dienen (hoofdstuk 2 en 4). Wat de voorschriften voor het huwelijk van elk van de vier standen vereisen, legt Drupada klaar om uit te vinden wie de broers zijn (hoofdstuk 8). Daarbuiten staan de suta's, de nishada's en de mleccha's. Zie die woorden.
Hij was een suta, een man uit het geslacht van barden en wagenmenners dat de oude verhalen bewaart.
Waar het voorkomt
- Het woord JayaHoofdstuk één · boek 1
- Vijf meren van bloedHoofdstuk één · boek 1
- De getuigeHoofdstuk drie · boek 1
- De duimgrote rishi'sHoofdstuk vijf · boek 1
- Shesha draagt de aardeHoofdstuk vijf · boek 1
- De dode slangHoofdstuk zes · boek 1
- Het slangenofferHoofdstuk zeven · boek 1
- BlijfHoofdstuk zeven · boek 1
- Het kind in het waterHoofdstuk veertien · boek 1
- Het rijk van de naga'sHoofdstuk één · boek 2
- De kop van de vogelHoofdstuk twee · boek 2
- Het toernooiHoofdstuk twee · boek 2
- Het huis van lakHoofdstuk drie · boek 2
- Het schotHoofdstuk zeven · boek 2
- Het geluk van de Kuru'sHoofdstuk negen · boek 2