Begrip
huispriester
Uit de woordenlijst van boek 1
De vaste priester van een koning of een geslacht, met het Sanskrietwoord purohita (hoofdstuk 2). Vasishtha wordt de huispriester van Samvarana (hoofdstuk 11).
Uit de woordenlijst van boek 2
De vaste priester van een koning of een geslacht, met het Sanskrietwoord purohita. Hij verricht de offers en geeft raad. 'Een koning zonder brahmaan wint nooit land', zegt de gandharva (hoofdstuk 5). Vasishtha was de huispriester van Samvarana (hoofdstuk 5), Dhaumya wordt die van de Pandava's (hoofdstuk 6).
Na het offer keerde hij terug naar Hastinapura, zijn hoofdstad, en deed alle moeite om een purohita te vinden, een huispriester, die hem van zijn vergrijp kon vrijmaken en zo de vloek onschadelijk kon maken.
Waar het voorkomt
- De oorringen van de koninginHoofdstuk twee · boek 1
- De dode slangHoofdstuk zes · boek 1
- Het slangenofferHoofdstuk zeven · boek 1
- BharataHoofdstuk negen · boek 1
- Het huis van PuruHoofdstuk elf · boek 1
- Het oudste kindHoofdstuk dertien · boek 1
- De lenteHoofdstuk zestien · boek 1
- De verbrande wagenHoofdstuk vijf · boek 2
- TapatiHoofdstuk vijf · boek 2
- Blijf, als je kuntHoofdstuk zes · boek 2
- De smalle wegHoofdstuk zes · boek 2
- De huispriesterHoofdstuk zes · boek 2
- De boog en het doelHoofdstuk zeven · boek 2
- De wapensHoofdstuk acht · boek 2
- Het huwelijkHoofdstuk acht · boek 2
- De koeherderinHoofdstuk elf · boek 2