Boek 1 · Hoofdstuk vijf, De roof van de amrita
De duimgrote rishi's
'Zoon van de suta,' zei Shaunaka, 'wat was Indra's misstap, en waarin was hij achteloos geweest? Hoe kon Garuda geboren worden door de ascese van de Valakhilya's? Waarom kreeg Kashyapa, een brahmaan, de koning van de vogels als zoon? Waarom kon geen schepsel hem overwinnen of doden? En waarom kon hij overal heen gaan waar hij wilde en zoveel kracht oproepen als hij nodig had? Als dat in de purana staat, wil ik het graag horen.'
'Wat u vraagt, is een onderwerp van de purana, de oude overlevering,' zei Sauti. 'Luister, dan vertel ik het u in het kort.'
Eens hield Kashyapa, de prajapati, een offer omdat hij nakomelingen wilde, en alle rishi's, goden en gandharva's hielpen hem daarbij. Kashyapa droeg Indra en de andere goden op het offerhout te halen, en ook de Valakhilya's droegen mee. Indra was sterk: hij tilde een last op zo groot als een berg en droeg die zonder moeite.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk vijf, De roof van de amrita
In hetzelfde hoofdstuk
Garuda: slavendienst, olifant en schildpad, de duimgrote rishi's, de amrita; Shesha draagt de aarde.