Boek 1 · Hoofdstuk vijf
De roof van de amrita
De goden stonden gewapend rond de amrita, en Garuda, de koning van de vogels, kwam al op hen af. Toen ze zagen hoe sterk hij was, begonnen ze te beven en sloegen ze met al hun wapens op elkaar in. Onder de wachters van de amrita was ook de bouwmeester van de goden, onmetelijk sterk en stralend als de bliksem. Na een kort gevecht tegen Garuda's klauwen, snavel en vleugels lag hij voor dood op het veld. De storm van Garuda's vleugels joeg zoveel stof op dat de werelden donker werden. Het stof bedolf de goden, en ze raakten buiten bewustzijn; de onsterfelijke wachters van de amrita waren verblind en konden Garuda niet meer zien.
Lees het hele verhaal in hoofdstuk vijf, De roof van de amrita
In hetzelfde hoofdstuk
Garuda: slavendienst, olifant en schildpad, de duimgrote rishi's, de amrita; Shesha draagt de aarde.