Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Boek 2 · Hoofdstuk vijf, De dochter uit het vuur

Tapati

Verteld door Vaishampayana; in het verhaal nemen ook anderen het woord. Ongeveer 8 minuten lezen.

'Ik zal je uitleggen waarom ik je Tapatya noemde,' zei de gandharva tegen Arjuna. 'Het is een mooi verhaal, en het is in de drie werelden bekend.'

En de gandharva vertelde.

Surya, de zonnegod, die met zijn licht het hele hemelgewelf doordringt, had een dochter die Tapati heette, en ze was hem gelijk. Haar oudere zuster heette Savitri. Tapati was alom bekend, en ze wijdde zich aan ascese. Onder de goden, de asura's, de yaksha's, de rakshasa's, de apsara's en de gandharva's was er geen vrouw zo mooi als zij. Haar trekken waren volmaakt, haar ogen groot en zwart, ze kleedde zich met zorg, ze leefde rein en haar gedrag was onberispelijk. Surya vond dat er in de drie werelden niemand was die haar als man waard was, om zijn schoonheid, zijn deugden, zijn gedrag of zijn kennis. Toen ze de leeftijd bereikte waarop ze aan een man gegeven kon worden, vond haar vader geen rust meer; hij dacht er steeds over na wie hij moest kiezen.

Lees het hele verhaal in hoofdstuk vijf, De dochter uit het vuur

In hetzelfde hoofdstuk

Draupadi's vuurgeboorte; vijf keer om een man gevraagd; de gandharva en de verbrande wagen; Tapati.