Boek 2 · Hoofdstuk acht, Vijf Indra's
De wapens
Blij vertelde Dhrishtadyumna zijn vader alles wat hij had gezien: wie Draupadi had gewonnen, hoe ze die jonge man in zijn hertenvel was gevolgd naar het huis van een pottenbakker aan de rand van de stad, hoe ze daar het eten had verdeeld en zelf als laatste had gegeten, en hoe ze aan de voeten van de mannen had geslapen, op het bed van kusagras.
'Voor ze gingen slapen, praatten ze over van alles, met stemmen zo diep als het gerommel van regenwolken,' zei hij. 'Uit hun gesprek bleek dat ze geen vaishya's zijn, geen shudra's en geen brahmanen. Het zijn kshatriya's, vader, daar twijfel ik niet aan, want ze praatten over de oorlog. Het lijkt erop dat onze hoop in vervulling is gegaan, want we hebben gehoord dat de zonen van Kunti allemaal aan de brand in het huis van lak zijn ontkomen. Hoe die jonge man het doel neerhaalde, met welke kracht hij de boog spande, en wat ik hen tegen elkaar heb horen zeggen: het bewijst dat het de zonen van Kunti zijn, die vermomd rondtrekken.'
Lees het hele verhaal in hoofdstuk acht, Vijf Indra's
In hetzelfde hoofdstuk
Deel het samen; de wapens; vier stemmen; Vyasa's vijf Indra's; het huwelijk.