Boek 2 · Hoofdstuk acht
Vijf Indra's
'Lang geleden begonnen de goden een groot offer in het woud van Naimisha,' zei Vyasa tegen Drupada. 'Bij dat offer was Yama, de zoon van Vivasvat, degene die de offerdieren doodde. Zolang hij daarmee bezig was, doodde hij geen enkele mens. Omdat de dood in de wereld stillag, nam het aantal mensen enorm toe.'
Soma, Indra, Varuna en Kubera en de scharen van goden, de Sadhya's, de Rudra's, de Vasu's en de Ashvins, gingen met nog andere goden naar Brahma, de Grootvader, die alles wat bestaat heeft geschapen. Ze waren bang voor de groei van het aantal mensen in de wereld.
'We maken ons zorgen over het toenemende aantal mensen op aarde,' zeiden ze, 'en we komen bij u om hulp. We zoeken uw bescherming.'
Lees het hele verhaal in hoofdstuk acht, Vijf Indra's
In hetzelfde hoofdstuk
Deel het samen; de wapens; vier stemmen; Vyasa's vijf Indra's; het huwelijk.